Ter zitting

Nareis

Asielzoekers uit Syrië krijgen een voorkeursbehandeling bij het laten overkomen van hun gezin. Maar niet als ze te laat zijn; het houdt een keer op, vindt de staat.

Het was een puinhoop toen meneer Y. in februari 2015 aankwam in Nederland. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en gemeenten waren nog niet voorbereid op de massale toestroom van vluchtelingen uit Syrië. In alle haast maakten overheden plannen voor nieuwe asielzoekerscentra, en in afwachting daarvan brachten ze nieuwkomers onder in zo ongeveer alles wat een dak had: tijdelijke kampen, sport- en evenementenhallen en recreatieparken. Zo verging het ook meneer Y., die eerst terechtkwam in Duinrell in Wassenaar en uiteindelijk verhuisde naar het nagelnieuwe azc in Hoogeveen.

Ergens in die eerste maanden kreeg hij zijn verblijfsvergunning uitgereikt, in een map met aanvullende informatie voor nieuwkomers. Wat zat er niet allemaal in? Informatie hoe we in Nederland omgaan met vrouwen en homo’s en, hij herinnert het zich nog goed, een flyer met de waarschuwing om geen paddenstoelen te gaan plukken. Hij moet er nog om grinniken, ‘geen champignon eten buiten azc, gevaarlijk’.

Maar belangrijker, er zat tussen die informatie ook een folder met de voorwaarden voor de regeling om gezinsleden naar Nederland te laten overkomen. En die, zegt meneer Y., vergat hij te lezen. Toen hij eind 2015 zijn echtgenote wilde laten nareizen, was het te laat; de termijn van drie maanden was ruim verstreken. Nu staat hij voor de vreemdelingenrechter in Utrecht om de afwijzing van het ministerie aan te vechten.

‘Mijn cliënt heeft de folder wel ontvangen,’ zegt de advocaat. ‘Je ziet asielzoekers altijd lopen met zo’n oranje map met allerlei frutsels. Die gaat dan vaak op de stapel. Het was begin 2015 heel chaotisch en rommelig in de asielzoekerscentra. Het COA heeft toen in korte tijd heel veel mensen moeten aannemen die de procedures niet kenden. Mijn cliënt heeft naast die map ook allerlei mondelinge informatie ontvangen, maar niet over de termijn voor de nareis.’ Dat meneer Y. de drie maanden heeft laten verstrijken, vindt ze, zou verschoonbaar moeten zijn.

De vertegenwoordiger van de Immigratie- en Naturalisatiedienst denkt daar heel anders over. ‘Hoezo: meneer is niet op de hoogte gesteld? De advocaat spreekt van frutsels, maar zo gek is het toch niet dat je, als je de asielvergunning wordt overhandigd, even kijkt wat er in die map zit? Dat hij dat niet heeft gedaan, komt voor rekening en risico van meneer. Hij heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. Bovendien: in zo’n centrum heeft iedereen het over het laten nareizen van familieleden, dus ik kan me niet voorstellen dat er bij meneer geen belletje is gaan rinkelen. En wat ook speelde, is dat meneer wilde wachten tot zijn vrouw in Syrië was afgestudeerd.’

‘Niemand in Hoogeveen heeft die folder gelezen,’ zegt meneer Y. ‘En ik vraag bij azc: mijn vrouw heeft vijf jaar gestudeerd, is over vijf maanden klaar, is het probleem als ik beetje wacht? Zij vertellen mij: maakt niet uit, maar jij krijgt beetje meer moeite.’

‘Het is in het belang van de integratie van nieuwkomers dat ze zich kunnen herenigen,’ zegt de advocaat. ‘Kijk naar meneer: zijn studie lijdt er nu onder dat zijn echtgenote nog in Syrië zit. De IND is wel heel stringent met die termijn. Niet voor niets is er discussie over of de termijn moet worden opgerekt. Waarom drie maanden? Waarom niet langer? We hebben geprobeerd om een schriftelijke verklaring te krijgen dat meneer niet mondeling is geïnformeerd over de nareisregeling. Maar het is heel lastig om iemand te laten opschrijven dat hij iets niet heeft gedaan, en dat is dus niet gelukt.’

Meneer Y. slaakt een hoorbare zucht. Recent, zegt hij, zijn de moeder en zus van zijn vrouw opgepakt op het moment dat ze het rebellenbolwerk Madaya probeerden te ontvluchten. Nu is hij bang dat zijn vrouw hetzelfde zal overkomen. In oorlogsgebied kan je afkomst beladen zijn, zegt hij, ook als je, zoals zijn echtgenote, in Damascus zit, nu eens hier logerend, dan weer daar – ontheemd eigen land.

Zijn kansen zijn klein, hij weet het, zijn advocaat heeft het hem keer op keer verteld. Maar door te procederen, kan meneer Y. zijn vrouw, ver weg in Syrië, laten weten dat hij zijn best voor haar heeft gedaan. Bovendien: er zijn andere wegen om haar naar Nederland te halen, al vervalt dan de voorkeursbehandeling.

De uitspraak van de rechtbank, zes weken later, geeft de IND honderd procent gelijk. Het was de eigen verantwoordelijkheid van meneer Y. om erachter te komen wat de regels waren, en ook de keuze om te wachten tot zijn vrouw was afgestudeerd spreekt niet voor hem. Hij zal het op een andere manier moeten proberen.

Dit artikel verscheen in kortere versie in het aprilnummer van het Advocatenblad. De hele editie is hier te lezen.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!