Het Dilemma

Een klacht indienen bij de deken

Wanneer klaagt u bij de deken over een andere advocaat? Maakt het uit of het gaat om een collega of een advocaat van een ander kantoor? Is de kous daarmee af of gaat u door tot de raad van discipline? Drie advocaten laten zich horen.

Door Sylvia Kuijsten

Shanna Kammer-Nieuwenhuizen (1986), arbeidsrechtadvocaat bij Van Ruyven Advocaten te Utrecht: 

‘Ik heb tweemaal overwogen een klacht in te dienen. Beide keren zag ik daar uiteindelijk toch vanaf, zowel
vanuit praktisch oogpunt – het kost voor alle partijen toch veel tijd en moeite – als vanwege de excuses die de betreffende advocaten aanboden. Ik zou geen klacht tegen een kantoorgenoot indienen. Als je ziet dat er fouten worden gemaakt, moet je dat met elkaar kunnen bespreken. Als een advocaat van een ander kantoor zijn fout niet erkent en deze dermate ernstig is dat de deken, alsmede de raad van discipline, ervan op de hoogte moet zijn, dien ik wel een klacht in. Mocht de deken dan menen dat een gesprek voldoende is, dan zou ik me daarbij neerleggen

Karsten Verkaart (1984), strafrechtadvocaat bij Drenth Strafrechtadvocaten te Breda:

‘Je moet altijd in het achterhoofd houden dat een klacht kan leiden tot vergaande gevolgen voor degene over wie wordt geklaagd. Iedereen kan immers weleens – al dan niet bewust – een scheve schaats rijden. Een belangrijke factor is wat mij betreft dus ook in hoeverre ‘men’ al eerder last heeft gehad van de advocaat tegen wie wordt geklaagd. Is het een notoire recidivist, dan zal de drempel minder hoog zijn dan anders. Dat staat nog los van de vraag of de feiten en omstandigheden betreffende de klacht hard kunnen worden gemaakt en of de klacht juridisch haalbaar is, ofwel: in hoeverre is er daadwerkelijk een schending van het gedragsrecht aan de orde? Ik vind met name het zoeken naar andere oplossingen van belang.’

Francesco van der Linden (1974), familierechtadvocaat bij ScheerSanders Advocaten te Den Haag: 

‘Indien de deken mijn klacht gegrond verklaart, zou ik pas tot doorgeleiding aan de raad van discipline overgaan als
de wederpartij zich niets van de uitspraak aantrekt. In mijn zestienjarige loopbaan als advocaat heb ik overigens nooit een klacht bij de deken ingediend, al hebben zich wel situaties voorgedaan die zich daarvoor leenden. Deze hadden met name betrekking op het in een procedure overleggen van confraternele correspondentie en onnodig grievende opmerkingen in een processtuk. De ervaring leert echter dat overleg met de wederpartij al snel tot een
oplossing leidt, zodat een klacht overbodig wordt. Ik ben gespecialiseerd in het familierecht en zeker op dat gebied is beteugeling van escalatie van belang.’

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!