Ter zitting

houtsnip

Houtsnip

Wat zag de getuige: een aangeschoten houtsnip of natuurlijk vluchtgedrag? Hoe dan ook: de Partij van de Dieren deed aangifte.

Door Lars Kuijpers

In het logo van de Drentse advocaat Peter van Schooten prijkt een houtsnip, net als op zijn stropdas. Voor Van Schooten, van oorsprong jachtopziener, is de houtsnip het schoolvoorbeeld van doorgeschoten regulering op het gebied van flora en fauna: er vliegen er 48 miljoen van rond in Europa, en volgens Europese regelgeving mag het vogeltje vrij worden bejaagd, maar niet in Nederland. En in de zaak die hij vandaag voor de meervoudige economische kamer in Den Haag bepleit, staat – jawel – de houtsnip centraal.

Het is alweer bijna tweeënhalf jaar terug dat zijn cliënten, de twee broers L. en meneer V., op jacht waren in de buurt van Voorschoten. Een getuige, vogelaar, camera bij zich, zag hen bij een dicht bosje. Hij hoorde schoten en zag houtsnippen opvliegen. Twee zwaaiden er af, eentje belandde fladderend in de sloot. Een van de broers haalde de gewonde vogel uit het water. ‘Hij spartelde nog. Toen ik hem pakte, zakte zijn kopje weg en was hij dood. Vermoedelijk van de stress, daar zijn houtsnippen erg gevoelig voor. Ik heb hem achtergelaten in het bos.’

Het zou nooit een strafzaak zijn geworden als de vogelaar het hele tafereel niet had gefotografeerd en de beelden op zijn website had geplaatst. Zo kwamen ze onder ogen van Niko Koffeman, senator van de Partij voor de Dieren. Die deed aangifte; de eerste stap naar, volgens de voorzitter van de meervoudige kamer, ‘het grootste onderzoek voor dit soort zaken in de Nederlandse rechtsgeschiedenis’. Klinkt er cynisme door in zijn stem?

Dat is niet waar, weet Van Schooten, dit dossier omvat maar één ordner en hij heeft wel grotere zaken bij de hand gehad; recent nog, iemand die een buizerd zou hebben geschoten, het dossier was zo dik dat ze het in verhuisdozen kwamen brengen.

‘Die houtsnip die u uit de sloot haalde’, vraagt de voorzitter, ‘was die aangeschoten?’
‘Hij had een kapotte vleugel’, zegt L. ‘Maar ik heb niet gezien waardoor dat kwam.’
‘Er is geen sectie op de houtsnip verricht’, constateert de rechter, ‘dus de doodsoorzaak is niet vastgesteld’.

De verhalen van de drie jagers zijn eensluidend: alleen al de fysieke omstandigheden maakten het onmogelijk om op houtsnippen te jagen. Ga maar na: het was een heel dicht bosje, houtsnippen zitten overdag op de grond en hebben een perfecte schutkleur. Los van het feit dat het niet mag, is het ondenkbaar dat je in zo’n bosje op snippen zou jagen. Je ziet ze eenvoudig niet, en als ze worden opgeschrikt en van je weg vliegen, heb je geen schijn van kans met al die dichte takken. Daarom joegen ze op duiven. Anders dan snippen vliegen die hoog over en je kunt ze raken tussen de boomkruinen. Bovendien: de hond van V. had een houtduif geapporteerd.

Strafzaken tegen jagers zijn bewijstechnisch vaak ingewikkeld, zegt de officier van justitie, omdat het een tegen een is: de verklaring van de getuige tegenover die van de verdachte. Maar in dit geval twijfelt ze niet. Ze reconstrueert: ‘De getuige ziet houtsnippen opvliegen, hij ziet V. met een geweer, hij ziet V. richten op de snippen en hoort schoten. Hij ziet twee snippen afzwaaien en een fladdert in de richting van getuige en belandt in het water. Op het moment van schieten heeft getuige alleen houtsnippen gezien’.

En, voegt ze eraan toe, hoe waarschijnlijk is het verhaal van de jagers eigenlijk? ‘Hoe is die houtsnip gewond in het water terecht gekomen? De enige verklaring van verdachten is dat de vogel tegen een boom is gevlogen. Daar tegenover staat de verklaring van de waarnemer, en ik zie geen enkele reden voor hem om te liegen. Ik kan niet in de hersenen van verdachten kijken, maar ik denk dat er bewust is geschoten. Verdachten weten dat er in dit bosje veel houtsnippen zitten, er is een geweer gericht, en dan neem je de aanmerkelijke kans dat je snippen gaat raken.’ Ze eist boetes: 350 euro tegen de beide broers en 1200 euro tegen V., die ook nog voor een andere jachtzaak terecht staat.

Hoe betrouwbaar is de verklaring van de getuige? Advocaat Van Schooten heeft zijn twijfels. Hij vermoedt een opzetje. ‘Van de aangever is bekend dat hij een uitgesproken tegenstander is van de jacht, net als de getuige. Op zijn website vind je geregeld nogal extreme uitspraken over de jacht. Ik zeg dat om aan te geven vanuit welke achtergrond de aangifte is gedaan.’

Hij schetst het natuurlijke dagpatroon van de houtsnip. ‘Overdag zitten ze in het dichte bos, ’s avonds gaan ze fourageren in de weilanden. Als ze worden verstoord, vliegen ze op, laag boven de dekking van de boomtoppen en duiken dan snel weer het bos in. Dit is het natuurlijke gedrag dat de waarnemer heeft gezien, maar hij heeft eruit afgeleid dat ze waren aangeschoten.’

Van Schooten heeft de hele situatie uitgetekend op een kaartje: het bosje, de slootjes die er doorheen lopen, de plekken waar de drie jagers liepen. Zijn conclusie: de vogelaar kan eenvoudig niet hebben gezien wat hij heeft verklaard. En die ene gewonde snip dan? ‘Het is een feit dat jaarlijks heel veel houtsnippen worden aangetroffen nadat ze tegen objecten zijn aangevlogen. Het is bepaald niet uit te sluiten dat deze vogel al gewond was, is opgefladderd en in de sloot terecht gekomen.’

Voor Van Schooten staat het vast: zijn cliënten joegen op houtduiven en niks anders. Dat de snippen opvlogen, is omdat ze schrokken van de schoten, maar in dat dichte bos is het eenvoudig onmogelijk om op ze te jagen. En dat L. de gewonde snip uit de sloot pakte, was vanwege de zorgplicht die elke jager heeft om wild niet nodeloos te laten lijden – beschermde soort of niet. Hij vraagt om vrijspraak voor V. en L., en om ontslag van rechtsvervolging voor de tweede broer.

Voor de rechtbank is het simpel. Alle drie verdachten gaan vrijuit, omdat niet vaststaat dat de houtsnip door de jagers is gedood.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!