Artikelen

tuchtrecht

Eindtoets! Wat weet u van het tuchtrecht?

Wat hebben tuchtrechters de laatste tijd zoal gezegd? Scherp uw tuchtrechtelijke intuïtie en maak voor de vakantie nog even deze eindtoets. Of bespreek hem in de komkommertijd met collega’s tijdens de jurisprudentielunch! De antwoorden staan onderaan het artikel.

1. Praten met de pers
Er belt een journalist: mag ik u wat vragen over uw cliënt V, die in hechtenis zit voor die zedenzaak? Nu zit V wel vast, maar voor diefstal met geweld. De cliënt is onbereikbaar, de journalist zit voor zijn deadline. U vertelt de journalist waar uw cliënt wel en niet van verdacht wordt. Als de cliënt het krantenbericht ziet is hij not amused. Zat u fout?

A. Ja, vanwege gedragsregel 10: geen informatie aan derden zonder toestemming van de cliënt.
B. Ja, u had de journalist moeten vragen niets te publiceren totdat u uw cliënt had gesproken.
C. Nee, omdat u uw excuses hebt aangeboden.
D. Nee, u handelde in strijd met de gedragsregel, maar wel in het belang van uw cliënt. Gezien die deadline en de onbereikbaarheid van uw cliënt valt u niets te verwijten.

2. Hoe geschorst is geschorst?
Stel, u wordt geschorst. U informeert uw cliënten dat u binnenkort om persoonlijke redenen twee maanden geen advocatuurlijke handelingen zult verrichten. Eén cliënt informeert u niet, omdat u de einduitspraak nog voor de schorsing verwacht – maar helaas, de uitspraak komt niet op tijd. U mailt de cliënt tijdens de schorsing dat u vanwege een brand in uw huis een time-out neemt en dat een collega hem de uitspraak zal sturen. Oordeel:

A. U had alle cliënten expliciet moeten melden dat het om een schorsing ging.
B. Het bericht dat u aan bijna alle cliënten stuurde, kon door de beugel, maar u had dat voor de schorsing ook aan die ene cliënt moeten sturen.
C. U mocht die ene cliënt wel later informeren, maar had hem niet mogen voorspiegelen dat het om een zelfgekozen time-out ging.
D. U hebt in de gegeven omstandigheden correct gehandeld.

3. Gezegd en gezwegen
Marcel Heuvelmans werd door het OM voor de tuchtrechter gesleept omdat hij getuigen zou hebben beïnvloed. De klacht werd ongegrond verklaard. De zaak bracht niettemin interessante jurisprudentie over zwijg- en verschoningsrecht. Welke van de volgende regels klopt niet?

A. Een advocaat mag zich voor de tuchtrechter op zijn zwijgrecht beroepen als hij zichzelf anders in strafrechtelijke problemen kan brengen.
B. Een advocaat mag zich bij de tuchtrechter verschonen wat betreft alle informatie die de cliënt hem in het kader van de normale rechtsbijstand heeft toevertrouwd.
C. Een advocaat mag zich bij de deken niet verschonen.
D. De strafrechter bepaalt of het OM gegevens uit een tuchtzaak tegen een advocaat mag gebruiken.

4. Geld lenen
U werkt als advocaat voor diverse rechtspersonen die zijn opgericht door een vriend. In de krant staat dat u 15 mille heeft geleend van een van die cliënten. Als de deken u vraagt hoe dat zit, zegt u dat er niets van klopt. De volgende dag stuurt u de deken de leenovereenkomst die u had gesloten met een andere bv van uw vriend – eentje waarvoor u niet gewerkt hebt. Resultaat:

A. Berisping, vanwege misleiding van de deken. De lening wordt u niet aangerekend – de bv was immers geen cliënt.
B. Berisping, vanwege misleiding van de deken. De lening was op het randje, maar omdat u zich onafhankelijk bent blijven opstellen, komt u daarmee weg.
C. Berisping, omdat u zich financieel afhankelijk hebt gemaakt. De ontkenning richting deken wordt u vergeven omdat u die na een dag hebt rechtgezet.
D. Voorwaardelijke schorsing, omdat u uw financiële onafhankelijkheid hebt prijsgegeven én de deken hebt misleid.

5. Medewerking gevraagd
Een onmogelijke wederpartij klaagt over u bij de deken – volkomen kansloos. U reageert op de klacht, maar als de deken dan weer met nadere vragen komt, besluit u om niet meer te reageren. Mag dat?

A. Ja, de deken mag slechts één vragenronde doen.
B. Ja, het is aan u of en hoe u zich tegen een klacht verweert.
C. Nee, de deken kan hiervoor een bestuurlijke boete opleggen.
D. Nee, de deken kan dit als afzonderlijk bezwaar aan de tuchtrechter voorleggen.

6. Wie checkt wie?
Artikel 35 Wwft zegt dat een ‘instelling’ moet zorgen voor voldoende Wwft-kennis bij werknemers. Mr. X maakt via zijn praktijk-bv deel uit van de maatschap. Is hij nu individueel verantwoordelijk voor het Wwft-kennisniveau van alle werknemers van kantoor?

A. Ja.
B. Alleen voor zover die medewerkers in dienst zouden zijn van zijn bv.
C. Nee, een advocaat is geen ‘instelling’.
D. Nee, een advocaat die via een bv werkt kan niet in persoon voor de tuchtrechter worden gedaagd.

7. Klagen over klachtenbehandeling
Een boze wederpartij van een kantoorgenoot klaagt bij u dat uw kantoorgenoot zich schandelijk heeft gedragen. U onderzoekt de klacht, maar de wederpartij verwijt u dat u daarbij uw eigen klachtenregeling niet volgt en stapt naar de tuchtrechter. Hoever komt de klager?

A. De tuchtklacht is niet-ontvankelijk want die betreft primair niet uw gedrag.
B. De tuchtklacht is gegrond omdat u de klacht bent begonnen te behandelen.
C. De tuchtklacht is gegrond omdat u de klager niet verwees naar zijn eigen advocaat of naar de deken.
D. De tuchtklacht is ongegrond want de klachtenregeling geldt alleen voor eigen cliënten.

8. Kind van gescheiden ouders
Een kind (13) van gescheiden ouders heeft zich tot u gewend omdat de relatie tussen de ouders heel moeilijk is. Als de rechter het kind naar aanleiding van een kindbrief wil horen, belt u met de school. U krijgt te horen dat de vader het goed vindt als u het kind ophaalt. Zo gezegd, zo gedaan. Handelt u correct?

A. Ja, want het kind is uw cliënt.
B. Ja, want u had voor het ophalen toestemming van een van de ouders.
C. Nee, want u had de school ook moeten vragen of de andere ouder toestemming gaf.
D. Nee, want u had van beide ouders rechtstreeks toestemming moeten hebben.

9. Ooit houdt het op
Stel: in 2002 én in 2006 én in 2014 bent u zo slordig dat u een echtscheiding niet inschrijft – waardoor uw cliënt haar later geboren kind niet goed kan aangeven – én te maken krijgt met schulden van haar ex én geen alleenstaandeouderkorting kan krijgen. Door de vervaltermijn kan de cliënt in elk geval niet klagen over de fout in 2002, maar kan de deken dat wel als hij een bezwaar indient binnen de drie jaar nadat hij van het geklungel hoort?

A. Nee, want ook voor de deken geldt de vervaltermijn van drie jaar die begint te lopen na de gewraakte gedraging.
B. Nee, want dat zou de rechtszekerheid te zeer schaden.
C. Ja, als het belang van dekenbezwaar zwaarder weegt dan dat van rechtszekerheid.
D. Ja, want voor de deken geldt de vervaltermijn van drie jaar niet.

10. Googelen of goochelen?
U regelt het zo dat iemand die googelt op ‘gerechtsdeurwaarder’ in de regio waar u als advocaat bent gevestigd, als eerste de site van uw kantoor vindt. Het ongeoefende oog van de one-shotter ziet daarin een deurwaarder. Mag dat?

A. Toegestaan, als u met een deurwaarderskantoor samenwerkt.
B. Toegestaan, als u met een incassokantoor samenwerkt.
C. Toegestaan, mits binnen de grenzen van uw vestigingsplaats.
D. Niet toegestaan, want het is misleidend.

11. In andermans naam
Mag u een jurist, niet-advocaat, tegen een maandelijkse vergoeding gebruik laten maken van het briefpapier en de infrastructuur van uw kantoor? Zonder daarbij toezicht uit te oefenen op diens werkzaamheden? Als die jurist zijn eigen cliënten, administratie en beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft?

A. Dat mag, als die jurist zich aan de advocatuurlijke gedragsregels houdt.
B. Dat mag niet, want de verhoudingen zijn onduidelijk en u oefent geen toezicht uit.
C. Dat mag, als u als advocaat de jurist hebt opgeleid en hebt overlegd over zijn tarieven.
D. Dat mag niet, want het briefpapier is misleidend.


Antwoorden

Hieronder de beste antwoorden op de tuchtrechtquiz, inclusief de link naar de betreffende zaak. Hebt u zeven vragen goed, of meer? Gefeliciteerd, u bent geslaagd voor de toets. Minder dan zeven goed? Wanhoop niet. Gedrags- en tuchtrecht is geen wiskunde, de vragen zijn per definitie kort door de bocht.

1. D / 2. B / 3. A / 4. C / 5. D / 6. B / 7. D / 8. D / 9. C / 10 D. / 11. B.

Zie voor een uitgebreide toelichting het Advocatenblad van juni 2017.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!