Trudeke Sillevis

declareren

Uurtje factuurtje, plus resultaatgerelateerd

Een pittig uurtarief plus resultaatgerelateerde beloning: volgens mr. X mocht het, want je hebt toch die pilot in letselschadezaken? Helaas – die dateerde van na het sluiten van de overeenkomst met de cliënt. En meer declareren dan de geïnde vordering, daar wek je ook geen sympathie mee.

‘[…] Tevens zijn partijen overeengekomen om het aantal uren te maximaliseren al dan niet gekoppeld aan een resultaatsafhankelijke beloning (30% van het voorschot/schadebedrag).’ Wie het snapt mag het zeggen, maar mr. X beweerde dat hij altijd zo’n bepaling in zijn voorwaarden zette.

De cliënte die ervoor tekende, kreeg uiteindelijk een letselschadevergoeding van de verzekeraar van ruim € 26.000. Hoewel door gegoochel met cijfers uit de uitspraak moeilijk te achterhalen is hoe het precies zit, lijkt het erop dat mr. X uiteindelijk € 33.500 aan de zaak verdiende, terwijl mevrouw naar huis ging met € 5.500.

Zij betaalde mr. X € 9.500 resultaatsafhankelijk, plus zo’n 11.000 tegen uurtarief. Mr. X kreeg daarnaast van de verzekeraar bijna € 13.000 aan buitengerechtelijke kosten.

Mr. X had excessief gedeclareerd, zegt de tuchtrechter Arnhem/Leeuwarden. Een advocaat moet een ‘redelijk salaris’ in rekening brengen, aldus gedragsregel 25, en dat was dit dus niet. Bovendien had mr. X zich niet gehouden aan zijn toezegging maandelijks te specificeren en te declareren, en had hij zonder concrete toestemming van cliënte een bedrag verrekend met het bedrag dat de verzekeraar voor haar op de derdenrekening had gestort.

Daarnaast mocht mr. X helemaal geen resultaatgerelateerde beloning bedingen, ook al ging het om een letselschadezaak: die regeling in de VODA dateert van 2014 en de opdracht dateerde van 2012. Dan laten we nog maar even daar of het door mr. X geboden prijzenpakket aan de eisen van die regeling voldeed.

Mevrouw had ook geklaagd dat mr. X de interne klachtenregeling niet voor haar had opengesteld. Maar ja, dan zou de klacht weer bij mr. X zelf terecht zijn gekomen en de standpunten lagen ver uiteen. Dus dat vindt de tuchtrechter geen punt.

Mr. X vond ter zitting nog steeds dat hij het allemaal prima had gedaan. Hij kreeg een voorwaardelijke schorsing van dertien weken, maar kan nog in beroep.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!