Ter zitting

psychische stoornis

De goede stok: verdachte met psychische stoornis

Wat moet je met een verdachte met een psychische stoornis die zorg weigert en van geen ophouden weet? Het is zoeken naar de goede stok achter de deur.

Door Lars Kuijpers

Drie politiemensen drentelen door de hal van het gerechtsgebouw in Alkmaar voor de zitting van meneer T. Een kwestie van voorzorg. T. staat te boek als een verdachte met psychische problemen. Het afgelopen voorjaar in Hoorn ging hij een agent te lijf. Zijn psychoses staan ook niet los van het belangrijkste feit waarvoor hij vandaag bij de politierechter moet verschijnen: het stalken van zijn vroegere buurmeisje. En het gesprek met de reclassering, voor de veiligheid gehouden op het politiebureau, stopte na twintig minuten omdat de situatie uit de hand dreigde te lopen.

Maar komt T. wel? De agenten vragen het aan advocaat Sjoerd van Galen van het Purmerends kantoor Hendriksen & Mühren. Die weet het ook niet, hij probeert hem al de hele tijd te bellen. Uiteindelijk krijgt hij T. te pakken. Die laat het afweten. De agenten vertrekken, de motregen weer in.

In de zittingszaal loopt de politierechter het dossier door. Lang was T. goede maatjes met zijn toenmalige buurmeisje. Maar na haar verhuizing uit de buurt vertoont hij, wat de rechter noemt, ‘obsessief gedrag’. De rechter somt op: bloemen, chocolade en briefjes achterlaten bij haar voordeur, steeds weer bellen of contact zoeken via verschillende accounts op Facebook en Messenger. Elke keer als mevrouw V. een mobiel nummer blokkeerde, kreeg ze T. weer via een ander nummer aan de telefoon; de teller staat nu op vijf. En ook vertoonde hij zich in de buurt van haar nieuwe huis.

In februari 2017 – het stalken was toen al tien maanden aan de gang – deed V. aangifte. Een agent benaderde T. voor een ‘stopgesprek’, met als boodschap dat hij moest ophouden zijn vroegere buurmeisje lastig te vallen. Dat viel niet in goede aarde: T. reageerde geprikkeld en dreigde met een advocaat. En stoppen? Ho maar. Op 5 april belde hij zijn slachtoffer liefst 23 keer. Tijdens het politieverhoor, ook in april, vertelde T. dat zijn psychoses hem dwarszaten. ‘Ik werd steeds verliefd gemaakt,’ leest de rechter voor uit het dossier.

Mevrouw V. is er wel. Ze maakt gebruik van haar spreekrecht. ‘Het spijt me dat het zo ver moet komen,’ zegt ze, ‘maar hij vraagt er zelf om. Hij stopt niet als ik hem dat vraag. Ik ben niet bang uitgevallen, maar hij maakt me wel bang. Ik kan eigenlijk de deur niet meer uit zonder om me heen te kijken. Ik durf de tuindeur niet meer open te zetten’ – haar stem breekt – ‘uit angst dat hij in de kamer staat.’ En ze vertelt dat T. ook contact zoekt met haar ouders en haar vriendinnen op Facebook, de afgelopen maand nog.

Ook de reclassering krijgt niet veel vat op T. Het liefst zou de reclassering een aanvullend psychiatrisch rapport hebben, maar daar wil T. niet aan meewerken. Hij is wel behandeld voor zijn problemen en kreeg medicijnen voor zijn stemmingswisselingen, maar daar is hij mee gestopt.

De officier van justitie ziet maar één belang: het gedrag van T. moet stoppen, en wel vandaag nog. Maar makkelijk is dat niet, met een verdachte met een psychische stoornis die hulp en zorg weigert en die gewoon doorgaat terwijl hij weet dat hem een rechtszaak boven het hoofd hangt. De officier is geschrokken van de verklaring van het slachtoffer dat T. ook familie en vrienden benadert, en ze past haar eis daarom aan: zes weken voorwaardelijk en een contact- en gebiedsverbod. Niet alleen voor het slachtoffer zelf, maar ook voor de naaste familie.

Advocaat Van Galen tuurt op zijn smartphone, zo goed kent hij Hoorn niet. Is dat gebiedsverbod haalbaar? Wonen verdachte en slachtoffer niet vlak naast elkaar? Eenmaal los van zijn schermpje richt hij zich tot de politierechter. De officier mag het contactverbod dan willen uitbreiden tot de familie, zegt hij, maar dat gaat hem veel te ver. Immers, mevrouw V. heeft het over de afgelopen maand, en die periode staat helemaal niet in de tenlastelegging. En zes weken voorwaardelijk? Een forse voorwaardelijke werkstraf lijkt hem voldoende als stok achter de deur; T. is immers verminderd toerekeningsvatbaar, en bovendien een first offender.

Voorwaardelijke werkstraf? De officier reageert geprikkeld. ‘Als je al ziet hoe het gesprek met de reclassering moest plaatsvinden onder politiebegeleiding, zie ik dat niet tot uitvoering komen.’

Nu is het de beurt aan de advocaat om geprikkeld te zijn. ‘Hoe ziet de officier het dan voor zich om mijn cliënt in de gevangenis te zetten? Dat is ook niet bevorderlijk!’

De rechter hakt de knoop door. ‘Jammer dat meneer hier zelf niet is,’ zegt ze. ‘Maar ik zal nu een beslissing moeten nemen, er moet duidelijkheid komen voor iedereen.’ Ze veroordeelt T. tot zes weken voorwaardelijk, een contactverbod met het slachtoffer en een straatverbod voor de duur van twee jaar. Het lastigvallen van de ouders valt buiten de tenlastelegging, dus ze beperkt het verbod tot het slachtoffer. Wel gaat ze mee in de geëiste schadevergoeding voor de slachtoffers: 275 euro voor mevrouw V. en 250 euro voor de agent die T. te lijf ging.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!