Tuchtrecht

De Brauw

De Brauw-advocaat berispt voor onzorgvuldig onderzoek

De raad van discipline in Amsterdam heeft een advocaat van De Brauw Blackstone Westbroek berispt, omdat hij een onderzoek naar de NS-aanbesteding in Limburg op verschillende vlakken onzorgvuldig had uitgevoerd. 

De Brauw stond de Nederlandse Spoorwegen bij in verschillende aangelegenheden. Daarbij ging het een en ander fout, wat leidde tot verschillende klachten van zowel de oud-directeur van Veolia René de Beer als bezwaren van de deken.

Klachten

De Beer klaagde bij de tuchtrechter over het feit dat de advocaat van De Brauw bij het doen van een intern onderzoek bij de Nederlandse Spoorwegen zowel onderzoeksleider was als bijstand verleende aan de NS. Dubbele petten, aldus De Beer. De resultaten van dit onderzoek werden naar buiten gebracht, waarbij De Beer werd aangeduid als ‘X’, maar desondanks was het volgens hem herleidbaar dat het hem om zijn persoon ging. Dit leidde tot reputatieschade.

De advocaat zou daarnaast geen inhoudelijk onderzoek hebben gedaan naar de beschuldigingen aan het adres van De Beer (onder andere vermeende schending van het concurrentiebeding) en ging niet met hem in gesprek om zijn kant van het verhaal te kunnen belichten. Ook behandelde een andere advocaat van De Brauw in dezelfde periode de arbeidsrechtelijke zaak van De Beers in verband met zijn overstap van Veolia naar Qbuzz, een dochtermaatschappij van NS.

De deken stelt in zijn dekenbezwaar dat de advocaat het interne onderzoek onvoldoende zorgvuldig heeft uitgevoerd. Hij bewaarde niet voldoende afstand tot de NS-bestuurders en paste het beginsel van hoor en wederhoor onvoldoende toe. Ook handelde de advocaat volgens de deken verwijtbaar omdat de advocaat akkoord ging met openbaarmaking van het rapport en hij niet heeft voorkomen dat in het begeleidend persbericht van de NS de status en strekking van het rapport onduidelijk werd weergegeven. Daarnaast gaf de advocaat het rapport uit eigen beweging aan het Openbaar Ministerie.

Overwegingen raad klachten De Beer

Met betrekking tot de klachten van De Beer is het volgens de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de advocaat zowel leider was van het onderzoek als heeft geadviseerd in het kader van de bijstand van zijn kantoor aan NS. Dat zou anders zijn geweest als hij in het kader van die advisering vertrouwelijke gegevens van de klager had ontvangen, maar dat is niet gebleken. Ook het feit dat een kantoorgenoot tegelijkertijd de arbeidsrechtelijke kwestie behandelde, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Er is niet gebleken dat zij vertrouwelijke informatie, afkomstig van De Beer, deelden.

Wel neemt de raad het de advocaat kwalijk dat hij De Beer vóór publicatie niet heeft uitgenodigd voor een gesprek om diens kant van de zaak te belichten. ‘Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat verweerder de belangen van klager nodeloos en op ontoelaatbare wijze heeft geschaad,’ zegt de raad. Daarnaast meent de raad dat de oud-directeur van Veolia in het rapport inderdaad duidelijk herleidbaar is. Verder had hij niet uit eigen beweging het rapport mogen overdragen aan het OM.

Overwegingen raad dekenbezwaar

Met het oog op het dekenbezwaar is het volgens de raad voor advocaten niet verboden dat zij in opdracht van de eigen cliënt feitenonderzoek verrichten en daarover aan de cliënt rapporteren. ‘Dat geldt ook voor de inhoud en inrichting van daaruit voortkomende onderzoeksrapporten die geheel intern blijven,’ zegt de raad. In deze zaak werden de onderzoeksresultaten echter naar buiten gebracht. De advocaat was hiervan op de hoogte. In dat geval geldt volgens de raad een aanvullende voorwaarde: het is van belang ‘dat uit het rapport 28/4 duidelijk blijkt dat het is opgesteld door een advocatenkantoor (met een goede naam) en dat het feit dat een rapporteur advocaat is gezag verleent aan hetgeen hij rapporteert en in de openbaarheid laat komen.’

Met het oog op de belangen van de betrokken personen worden aan die externe verantwoording zware eisen gesteld. Om te beginnen geldt het beginsel van hoor en wederhoor, daarnaast moet de onderzoeker er ‘al het redelijke’ aan doen om te voorkomen dat het gepubliceerde rapport aanleiding kan zijn voor misverstanden. Een derde eis is dat het uitgebrachte rapport alle relevante feiten moet bevatten, dus ook de informatie die de cliënt wel kent, maar het publiek niet.

De raad oordeelt dat het rapport niet voldoet aan het beginsel van hoor en wederhoor, onder andere omdat De Beer zijn kant van het verhaal niet kon vertellen. Ook was het rapport niet volledig; er ontbraken verschillende feiten. Volgens de raad had de advocaat zich moeten realiseren wat de impact van het onderzoek kan zijn en dat er strenge eisen worden gesteld aan de zorgvuldigheid van de procedure.

Berisping

Al met al heeft de advocaat zich volgens de raad onvoldoende gedragen zoals bij het doen van onderzoek mag worden verwacht. Met dat in het achterhoofd is een berisping bij zowel de klachten van De Beer als bij het dekenbezwaar volgens de raad een passende maatregel.

In 2014 schreef de provincie Limburg een openbare aanbesteding voor het openbaar vervoer in Limburg voor de periode 2016-2031. Op dat moment werd het openbaar vervoer nog verzorgd door Veolia. De klager in de zaak, voormalig directeur bij Veolia René de Beer, had bij aanvang van zijn dienstverband een concurrentiebeding afgesproken tot een jaar na zijn dienstverband. Op 1 mei 2014 trad hij in dienst van een extern adviesbureau, dat met een dochtermaatschappij van de NS, Qbuzz, een overeenkomst had. Hierdoor zou de De Beer feitelijk werkzaamheden gaan verrichten voor die maatschappij. Op 1 mei 2015 werd tussen hem een Qbuzz een arbeidsovereenkomst gesloten.

In september 2014 verzocht Veolia de Autoriteit Consument en Markt (ACM) handhavend op te treden tegen de NS in verband met verschillende gedragingen rondom de aanbesteding. De ACM voldeed aan dat bezoek en schakelde daarvoor De Bauw in. Onder leiding van een van haar advocaten (de verweerder) werd onderzoek verricht, waarbij onder andere de CEO van de NS en drie bestuurders van Qbuzz werden ondervraagd. Een geanonimiseerd rapport van bevindingen (‘rapport 28/4’) werd uiteindelijk in april 2015 op de website van de NS geplaatst.

In dat rapport komt ook De Beer voor als ‘Medewerker X’. Hij werd vlak voor publicatie van het rapport ontslagen, waarbij hij werd bijgestaan door een andere advocaat van De Brauw.

Fraudezaak

De fraudezaak die samenhangt met deze tuchtzaak leidde vorige maand tot de start van het proces tegen Timo Huges, oud-directievoorzitter van de NS, en voormalig Veolia-directeur René de Beer. Tegen die eerste werd in november een jaar celstraf werd geëist door het Openbaar Ministerie vanwege zijn rol bij de vermeende fraude rondom de aanbesteding in Limburg, die al in 2015 aan het licht kwam. ‘Het gebeurt in Nederland zelden dat een onvoorwaardelijke celstraf wordt geëist tegen een bestuurder die niet fraudeerde om zijn eigen zakken te vullen, maar alleen om de onderneming te laten draaien, meldde het Financieele Dagblad toen.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!