Trudeke Sillevis

wederpartij

Mr. X mag cliënt en wederpartij bedienen

Stel je voor dat je vrouw bij een auto-ongeluk omkomt. Drie van je kinderen raken ernstig gewond. In al je ellende moet je in de slag met Delta Lloyd over de schade. De zaak sleept jarenlang. Gelukkig heb je een letselschade-advocaat. Iemand die helemaal aan jouw kant staat. Toch?

Na acht jaar krijg je het gevoel dat je advocaat niet hard genoeg voor je loopt. Mr. X heeft wel erg veel begrip voor het standpunt van de verzekeraar. Wat heeft ze met die lui?

Stel nu even dat jij de advocaat bent die optreedt voor het ongelukkige gezin. Als de zaak tussentijds een poos stil ligt, vraagt Delta Lloyd je om een advies. Andere afdeling, ander onderwerp. Een aantrekkelijke cliënt natuurlijk, die jou in de toekomst nog heel wat zaken kan opleveren. Maar ja, die zaak tégen Delta Lloyd…

Je bespreekt de kwestie met de verzekeraar. Geen probleem, vinden zij. Hoe de cliënt die je al zeven jaar bijstaat erover denkt – dat vraag je hem maar niet. Maar als die cliënt een jaar later twijfelt aan je partijdigheid en jou vraagt naar je betrokkenheid bij Delta Lloyd, vertel je dat je hen af en toe adviseert. Je legt de zaak van de familie neer, vanwege onenigheid over de aanpak en ‘het feit dat de indruk van belangenverstrengeling kan ontstaan’. En sorry dat ik het u niet eerder heb verteld.

Het wordt een tuchtzaak, natuurlijk. De oud-cliënt beroept zich op Gedragsregel 7 lid 1: tegenstrijdige belangen. Maar dat ziet de Amsterdamse tuchtrechter niet zo: andere afdeling, andere onderwerpen. Bovendien had mr. X het nog aan de verzekeraar gevraagd, en die vond óók dat er geen tegenstrijdige belangen waren. Dus, aldus de tuchtrechter, stond het mr. X vrij naast Delta Lloyd voor haar oude cliënt te blijven optreden. Mr. X had wellicht beter meteen aan de cliënt kunnen vertellen dat zij voor Delta Lloyd was gaan werken, maar klachtwaardig: nee.

Verplaats je nu weer even in de cliënt. Acht jaar was mr. X jouw bondgenoot, maar gaandeweg werd ze in andere kwesties de bondgenoot van jouw grote, machtige tegenpartij. Ze kreeg natuurlijk een ander gevoel bij die organisatie en een belang om de verhoudingen aan die kant goed te houden. Jij, de eerste cliënt, wist nergens van, laat staan dat jou iets is gevraagd. Je advocaat en je wederpartij hebben onderling uitgemaakt dat het wel kon.

Dat valt misschien niet direct onder een onderdeeltje van een of andere gedragsregel, maar is het nog in lijn met de kernwaarde partijdigheid? En met die van de onafhankelijkheid? Als je al dacht dat advocaten vooral uit zijn op eigenbelang, dreigt deze uitspraak je vooroordeel te bevestigen.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!