Nieuws

Hoorzitting

Rechtsbijstand behoeft meer geld en betere kwaliteit

Meer overheidsgeld voor de gefinancierde rechtsbijstand is onontkoombaar. Tegelijkertijd zijn er talloze maatregelen denkbaar om de druk op het stelsel te verlichten. Dat is in een notendop de conclusie van de hoorzitting die de Tweede Kamer donderdag wijdde aan het rapport van de commissie-Van der Meer.

In opdracht van het vorige kabinet onderzocht de Amsterdamse rechter Van der Meer het beloningsstelsel in de rechtsbijstand. Zijn conclusie: het stelsel is verwaarloosd en heeft dringend groot onderhoud nodig. De beloning voor toevoegingszaken moet in veel gevallen omhoog. Jaarlijks is daarvoor €127 miljoen extra nodig.

Omdat minister Dekker van Rechtsbescherming daar helemaal niets voor voelt, wilde de Tweede Kamer graag zelf horen van betrokkenen wat wijsheid is. Tijdens een hoorzitting, bijgewoond door tientallen advocaten, gaven diverse personen en instanties uit wetenschap en praktijk hun visie. En hoewel de belangen lang niet altijd gelijk lopen, was de boodschap eensluidend: de conclusie van Van der Meer is de enige juiste.

Van der Meer

Tegelijkertijd zijn er mogelijkheden te over om kosten te besparen, efficiency te verhogen en kwaliteit te verbeteren. Van der Meer zelf kwam met het idee om de inkomensgrens voor de rechtsbijstand zodanig te verhogen dat niet 40 procent maar tweederde van alle huishoudens ervoor in aanmerking komt. De eigen bijdrage voor mensen met een modaal inkomen zou dan wel naar 100 procent moeten, maar ze hoeven dan niet het commerciële uurtarief van €175 te betalen maar nog slechts €105. Dat is immers het huidige tarief voor één toevoegingspunt.

Deze maatregel zou de overheid geen geld kosten, maar burgers veel geld besparen, meent Van der Meer. Diezelfde overheid moet overigens de hand in eigen boezem steken, stelt hij. ‘In Den Haag worden veel wetten gemaakt waarvan je vooraf kunt weten dat ze tot veel procedures gaan leiden en uitputtend zijn voor het stelsel.’ Als voorbeeld noemt hij de WMO, waarbij de teller momenteel staat op een slordige 5000 rechtszaken.

Echtscheiding

Innovatieve toepassing van digitale techniek kan ook veel soelaas bieden, denkt Mies Westerveld, hoogleraar sociale verzekeringsrecht. ‘Mensen die willen scheiden moeten verplicht een rondje maken langs advocaten en rechter. Dat is erg betuttelend. Heel vaak is dat overbodig. Het familierecht leent zich bij uitstek voor digitale hulpmiddelen, misschien niet zozeer voor consumenten maar zeker voor professionals.’ Volgens Westerveld ligt daar een taak voor de overheid, omdat advocaten in het middensegment geen geld hebben voor dat soort investeringen.

De Gelderse rechter Dirk Vergunst, vertegenwoordiger van de Rechtspraak, hield een pleidooi voor nieuwe en kleinschalige vormen van geschilbeslechting, zoals de buurt- en spreekuurrechter. ‘Als ik van Arnhem naar Hattem zou rijden voor een burenruzie over een heg, zou ik kunnen zien wat er nog meer speelt achter die heg. Maar daarvoor ontbreken de middelen.’ In het traject voorafgaande aan een juridisch proces is ook veel te verdienen, meent Vergunst. ‘Zet een rechter bij het Juridisch Loket. Die kan in een vroeg stadium geschillen beslechten.’

De Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket willen daar ook op inzetten. Versterking van de zogeheten eerste lijn en integratie van juridische en sociale bijstand, zodat minder conflicten tot een kostbare procedure leiden. Een loffelijk streven, meent hoogleraar Westerveld, maar nog niet heel concreet. ‘Dat wordt een politieke puzzel.’

Betere dienstverlening door advocaten is sowieso nodig, menen in ieder geval de beide rechters Van der Meer en Vergunst. Van der Meer: ‘Een eenpitter die adverteert met twaalf rechtsgebieden, dat is niet correct.’ Ook Vergunst zegt het regelmatig tegen te komen in zijn rechtszaal. ‘We zien dan dat een advocaat bevlogen en gedreven zijn werk doet, maar in kwaliteit hopeloos tekort schiet.’

Staking

De Tweede Kamer debatteert later dit jaar met minister Dekker over de rechtsbijstand. De uitkomst van dat debat moet in ieder geval zijn dat toevoegingsadvocaten beter betaald worden, maakten de NOvA en de VSAN de Kamer donderdag duidelijk. Volgens NOvA-bestuurder Bernard de Leest is een betere beloning nodig om de stilgevallen instroom van jonge advocaten weer op gang te brengen en daarmee de sociale advocatuur overeind te houden.

Reinier Feiner van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland dreigde de Tweede Kamer ronduit met een staking. ‘De rek is eruit. Er komt een moment dat het ophoudt. Dan zult u zien wat het betekent voor de Rechtspraak en het OM als advocaten een week lang hun werk neerleggen. Ik waarschuw u. Op enig moment is het klaar.’

Door Kees Pijnappels

 

 

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!