Artikelen

vredesrechter

Leren van de zuiderburen: schikken bij de vrederechter 

Initiatieven als de spreekuur­rechter moet de rechter dichter bij de mensen brengen, maar tot een doorbraak komt het nog niet. België kent al eeuwenlang de vrederechter voor kleine geschillen en is daar zeer gelukkig mee.

Door: Francisca Mebius / Beeld: Alf Mertens 

‘Akkoord! U zet de televisie zachter en gaat dichter bij het toestel zitten. U zorgt dat de honden uit worden gelaten en uw dochters komen uw huis opkuisen waarna eens per week een kuisvrouw komt. Ik dicteer de afspraken nu aan de griffier. U hoeft alleen maar te tekenen. Of u iets moet betalen? Nee vriend, ik ben de vrederechter.’ 

Het is begin maart. Vrederechter Chris Huysmans (haar leeftijd geeft ze liever niet prijs) zit samen met haar griffier in het bomvolle raadzaaltje van het vredegerecht in het Vlaamse Beringen, een van de voorlopig nog 187 kantons in België. Voor haar staan de bejaarde Maris, zijn geïrriteerde buurvrouw en de vriendelijke beheerder van de flat. De televisie van de slechthorende Maris staat telkens zo hard dat de hele buurt kan ­meeluisteren. De politie is inmiddels al zeven keer langs geweest. Huysmans weet de boel te sussen. ‘Laat u helpen vriend, u krijgt een laatste kans, anders worden uw hondjes weggenomen, komt u onder bewind en moet u naar een rusthuis.’ 

De vrederechter, ook wel de nabijheidsrechter genoemd, is in België de rechter die het dichtst bij de burger staat. Laagdrempelig, snel en goedkoop. De verzoening of minnelijke schikking is een belangrijk onderdeel binnen het vredegerecht. Het is gratis en verloopt zonder formaliteiten. Elk vredegerecht heeft een eigen griffie, administratie en secretariaat en is tijdens kantooruren geopend. Aanmelden kan per brief of mondeling. De vrederechter roept de partijen binnen enkele weken op en probeert een antwoord op ‘mensenmaat’ te geven, het liefst in overleg met de partijen. 

Inlichtingen op maat 

Huysmans, inmiddels achttien jaar vrederechter, na twintig jaar als advocaat in een algemene praktijk te hebben gewerkt, neemt haar rol als bemiddelaar serieus. ‘Als de zaak zich ervoor leent, probeer ik tot een akkoord te komen. Dat heeft dezelfde waarde als een vonnis, maar mensen houden zich beter aan een zelf gesloten akkoord dan aan een vonnis.’ Ze bejegent de mensen die bij haar komen op een vriendelijke en toegankelijke manier. Te vergelijken met het contact tussen huisarts en patiënt. ‘Ik probeer ervoor te zorgen dat ze rustig blijven en vertel wat in mijn ogen redelijk is. Zo geef ik op een duidelijke en objectieve manier inlichtingen.’ 

Een belangrijk onderdeel van de tactiek van Huysmans is burgers te laten inzien wat er gebeurt als ze niet akkoord gaan. Bij een huurachterstand bijvoorbeeld wordt dikwijls aangestuurd op een afbetalingsregeling om uithuisplaatsing te voorkomen. ‘Als er een procedure moet worden gestart zijn ze zo weer een paar honderd euro verder. Dat laat ik ze weten. En in het geval van Maris: hij is echt nog te goed voor een rusthuis, maar als de overlast niet minder wordt, moet er zeker naar een oplossing worden gezocht.’ 

Merendeel geschikt 

Tijdens de ruim twee uur durende verzoeningszitting blijkt dat de methode van Huysmans werkt. Meer dan de helft van de zaken die voorkomen, wordt geschikt. Een uitslag boven het landelijke gemiddelde, dat voor minnelijke schikkingen tussen de veertig en vijftig procent ligt. 

Huysmans weet meerdere akkoorden te bereiken over huurachterstanden. Twee anderen sluiten een akkoord met hun huurbaas over ontbinding van de huur. Weer een ander schikt met zijn buurvrouw over het kappen van een grote boom in zijn tuin wanneer Huysmans hem laat inzien dat er sprake is van bovenmatige hinder. ‘Uw buurvrouw gaat dagvaarden als u niet tot kappen van de boom overgaat. Ik wil u een redelijke termijn geven. Zullen we afspreken dat de boom voor september weg is?’ 

Tijdens de zitting blijkt ook dat een enkele zaak daags tevoren is opgelost. In die zaken heeft alleen al het oproepen geholpen. ‘Ook dat zie ik als een akkoord,’ zegt Huysmans. ‘Bij de mensen die wel verschijnen, draait het om pragmatisch denken en doen. Als je ze uitlegt wat je doet en waarom je iets doet, merk je dat ze vaak heel redelijk zijn.’ 

De vrederechter is populair in België. In 2016 zijn er bijna 434.000 nieuwe zaken bij de vredegerechten binnen gekomen. Alleen al in de provincie Limburg, waar dertien vrederechters werken, zijn in 2017 26.629 vonnissen en beschikkingen, zoals onderbewindplaatsing, behandeld. Volgens Huysmans spelen de frustratie en boosheid die veel burgers voelen richting advocaten en justitie een grote rol bij het succes van de vrederechter. ‘De hoge advocaatkosten en procedurekosten zijn veel burgers een doorn in het oog. Schikken bij de vrederechter zien ze als een goed­kope ­oplossing.’ 

Het werk van de vrederechter bestaat niet alleen maar uit bemiddelen en akkoorden sluiten. Als partijen niet willen verzoenen, kan er door middel van een verzoekschrift of dagvaarding een procedure bij het vredegerecht worden gestart. Ook dat is relatief eenvoudig, snel en goedkoop. Het rolrecht bedraagt meestal dertig tot veertig euro en een advocaat is niet verplicht. De meeste zaken komen vervolgens voor tijdens een openbare zitting waarna de vrederechter binnen acht dagen uitspraak doet. 


De vrederechter
De vrederechter is al sinds 1830 in het Belgische Gerechtelijke Wetboek verankerd. Er zijn 187 kantons, 187 vrederechters en 229 zetels. Het zijn allemaal burgerlijke gerechten en er worden dus geen strafzaken behandeld. Er is één vredegerecht per gerechtelijk kanton. Een kanton bestaat uit één of verschillende gemeenten, behalve in de grote steden. Daar bestrijken de verschillende kantons elk een deel van de stad. Elke vrederechter is bevoegd over zijn kanton, dat gemiddeld 50.000 inwoners telt en elk vredegerecht heeft een eigen griffie. 

De vrederechter is onder meer bevoegd in geschillen met betrekking tot huur, uitzettingen, erfdienstbaarheden, burenruzies, onteigeningen, minderjarigen, geesteszieken en adoptie ongeacht het bedrag (artikel 590 en volgende). Daarnaast is de vrederechter bevoegd voor alle vorderingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 2.500 euro (vanaf 1 april 5.000 euro) met uitzonderingen daargelaten. Een belangrijke uitzondering zijn arbeidsgeschillen. Deze vallen onder de arbeidsrechtbank. 

Een verzoening vraagt de burger aan door een brief te sturen of mondeling bij de griffie. Per brief worden de partijen vervolgens opgeroepen. Wordt er tijdens de verzoeningszitting een akkoord bereikt dan legt de griffier dit vast in een proces-verbaal. Dat heeft dezelfde waarde als een vonnis. Het verschil met een vonnis is dat tegen een proces-verbaal van minnelijke schikking geen verzet of hoger beroep kan worden aangetekend. 


Herstructurering 

De laatste jaren is de Belgische minister van Justitie Koen Geens bezig met een herstructurering van de vredegerechten om kosten te besparen. Het werk van de vrederechter is daardoor de laatste jaren veranderd. Bepaalde bevoegdheden zijn weggenomen en andere juist toebedeeld. Zo is de vrederechter sinds 2014 niet meer bevoegd in familiezaken als echtscheidingen, omdat daarvoor een speciale familierechtbank in het leven is geroepen. 

Daarentegen heeft de vrederechter meer bevoegdheden gekregen rondom onbekwamen, minder­jarigen en meerderjarigen die onder bewind staan. Dat zijn bijvoorbeeld bejaarden van wie de familie wil dat er toezicht op de bankzaken wordt gehouden. Of denk aan gedwongen opname in gesloten instellingen van geesteszieken en de regeling van hun verblijf. 

Plaatsopnemingen zijn hierdoor een nog belangrijker onderdeel van het werk van de vrederechter geworden. Zo bezoekt Huysmans vandaag na de zitting niet alleen buren die een conflict hebben over een boom en een man die problemen heeft met zijn buren, maar ook een demente vrouw in een woonzorgcentrum. Haar dochter wordt ter plekke als bewindvoerder aangesteld. 

Om kosten te besparen, kijkt de overheid ook naar onroerend goed. ‘Kort gezegd houdt de herstructurering in dat er tien procent moet worden bespaard binnen de vredegerechten en dat doen ze voornamelijk door gebouwen af te stoten en kantons samen te voegen,’ vertelt Huysmans. Voor Limburg betekent dit het afstoten van twee kantons tot elf en een verschuiving van enkele gemeenten naar andere kantons om de werklast beter te spreiden. Voor het kanton Beringen betekent dit dat er per 1 mei één gemeente bijkomt. ‘We hebben nu 90.000 inwoners en gaan dan naar 120.000, maar dat zegt niet altijd alles over de hoeveelheid werk. Kleine kantons met een psychiatrische inrichting hebben veel werk, omdat daar nu ook veel bevoegdheden liggen voor de vrederechter.’ 

Buiten de boot 

Huysmans is blij dat het ministerie de nabijheid van de vrederechter wil behouden. ‘Veel mensen vallen zonder vrederechter buiten de boot. De drempel wordt dan te hoog. Daarnaast is het heel belangrijk dat onbekwamen als minderjarigen en bejaarden beschermd worden. Daar zet ik echt mijn tanden in.’ 

De armoede die Huysmans van dichtbij ziet, ervaart ze als schrijnend. ‘Je ziet het vandaag ook weer. Het akkoord waarbij af is gesproken dat er vier maanden lang 25 euro per maand afbetaald gaat worden. Dat was het maximale. Dan voel je letterlijk de armoede. Laatst was ik voor een plaatsopneming op bezoek bij een man die alleen een matras in zijn huis had liggen. Er was geen verwarming en er lag een hondje ­onderkoeld in de hoek. Dat is ­moeilijk om te zien.’ 

Armoedebestrijding is voor Huysmans, die ook voorzitter is van alle vrederechters en politierechters in de Vlaamse provincie Limburg, een belangrijk onderdeel van haar werk. De Limburgse vrederechters hebben bijvoorbeeld het idee opgevat om ziekenhuizen aan te schrijven en hen aan te moedigen niet-betaalde facturen met behulp van de vrederechter een kosteloze procedure van schikking te innen. ‘Het zijn kleine dingen, maar het kan ­uiteindelijk wel helpen om in meer zaken te schikken.’ 

Eerste rechter 

Volgens Huysmans zijn advocaten heel belangrijk in het verzoeningsproces. ‘De advocaat is in mijn ogen de eerste rechter. Een goede advocaat probeert eerst een minnelijke schikking te bewerkstelligen al dan niet met behulp van de rechter.’ Tijdens verzoeningszittingen zijn er bij de Belgische vredegerechten eerstelijnsadvocaten aanwezig voor gratis advies. Advocaat Geert Boutsen is een van de advocaten in Beringen die op vaste tijdstippen vrijwillig aanwezig is om burgers van eerstelijns bijstand te voorzien. 

‘Iedereen kan hiernaartoe komen,’ vertelt Boutsen. ‘We bieden geen oplossing, maar adviseren wat ze het beste kunnen doen. Als het nodig is verwijzen we door naar het Bureau voor Juridische Bijstand. Via deze tweedelijnsbijstand kunnen ze een pro-Deoadvocaat toegewezen krijgen. Het is puur bedoeld om de burger te helpen. Wij sprokkelen tijdens dit spreekuur geen cliënten en ik vertel ook nooit mijn naam en kantoornaam.’ 

De beroepen van vrederechter en advocaat liggen volgens Huysmans dicht bij elkaar. Niet voor niets zijn alle plaatsvervangende vrederechters advocaten. ‘Vrederechter kun je pas worden vanaf je 35e. Je moet de nodige levenservaring hebben. Een carrière als advocaat is wat mij betreft een waardevolle basis.’ 

Wat maakt het werk voor Huysmans nu zo mooi? ‘Geen dag is hetzelfde. We zijn vandaag op bezoek geweest bij een demente vrouw in een woonzorgcentrum, we hebben de buren van een drugs gebruikende man weer een beetje gerust kunnen stellen, we hebben ter plekke een boomonderzoek gedaan en we hebben weer een aantal akkoorden mogen sluiten. En zeg nou zelf, u wilde toch ook niet dat Maris in een rusthuis zou eindigen?’ 


Huisarts van de juridische wereld
‘Nederland moet per kanton van 50.000 tot 60.000 mensen een eigen­standige spreekuurrechter krijgen, vergelijkbaar met de vrede­rechter in België.’ Daarvoor pleitte Ton ­Lennaerts, seniorrechter bij de Rechtbank NoordNederland en initiatiefnemer van de spreekuurrechter, tijdens een deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer in februari. ‘Dat moet de huisarts van de juridische wereld worden, die samen met onder meer het juridisch loket en het bureau schulddienstverlening is vertegen­woordigd in het budget gefinancierde huis van het recht.’ 

Ook Tweede Kamerlid Michiel van Nispen (SP) is samen met senator Bob Ruers (SP) groot voorstander van het invoeren van een nabijheidsrechter die te vergelijken is met de Belgische vrederechter. Eind 2016 diende de SP samen met Gert-Jan Segers (ChristenUnie) een motie in waarin om een onderzoek naar de toepasbaarheid in Nederland werd gevraagd. Dat onderzoek is in de planning van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) opgenomen en zal naar verwachting voor de zomer van start gaan, aldus een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid. 

Volgens Van Nispen kunnen we veel leren van België. ‘De vrederechter is betaalbaar, nabij en laagdrempelig. Het gesprek van mens tot mens zonder dat je eerst allerlei juridische papieren moet indienen, spreekt me aan. De rechtspraak is nu te duur voor kleine geschillen. We kunnen veel problemen oplossen als er een soort vrederechter of spreekuurrechter wordt geïntroduceerd.’ 

Verschillende initiatieven 
Nederland experimenteert al enige jaren met rechters die dicht bij de mensen staan, maar het staat nog in de kinderschoenen. Zo was er een burenrechter en een eKantonrechter, is in het noorden de spreekuurrechter geïntroduceerd en valt in het regeer­akkoord van kabinet-Rutte III te lezen dat er een miljoen euro is uitgetrokken voor een buurtenrechter. Hiervoor is het wachten op wetgeving, aldus een woordvoerder van de Raad voor de rechtspraak. 

De spreekuurrechter ging in oktober 2016 bij de Rechtbank Noord-­Nederland van start en loopt tot mei. Sinds het begin van de pilot zijn er 69 zaken afgerond waarvan 61 zaken zijn geschikt. De Rechtbank Zee­land-West-Brabant kondigde, vanwege het grote succes, deze maand aan te onderzoeken of de spreekuurrechter daar ook kan worden ingevoerd. 

Partijen kunnen bij de spreekuur­rechter per mail een afspraak maken en in overleg. Een eenzijdig verzoek is ook mogelijk en door de wetgever gefaciliteerd in het tweede lid van artikel 96 Rechtsvordering. De rechtbank neemt het verzoek in behandeling en nodigt de andere partij uit om te horen of men in gezamenlijk overleg wil. Kom je bij de rechter dan doe je zelf je verhaal. 

Volgens Lennaerts werkt het zo goed omdat het eenvoudig is en er weinig drempels zijn. ‘Het gaat snel en er is mondeling contact tussen partijen en de rechtbank zonder dat er enig verwijt valt. De respons is hoog en dat wordt zeer op prijs gesteld. Daarnaast zijn er geen kosten voor derden, want een advocaat is niet verplicht. Het laagste griffierecht wordt over twee partijen gedeeld. Verder heeft het een gezondheidsbevorderend effect als de zaak wordt geschikt.’ 

Het schikkingspercentage ligt boven de negentig, aldus Lennaerts tegen de senatoren. ‘De rechter geeft over het algemeen advies aan partijen. Conflicten doen veel met mensen en ze zijn blij als het zo kan worden opgelost. Wat opvalt is dat heel veel mensen redelijk zijn en dat er best gepraat wil worden. Tijdens uitvoering van het experiment is mij gebleken dat de afstand tussen de rechter en rechtzoekende enorm is. In veel gevallen zelfs onoverbrugbaar. Fysiek en mentaal.’ Een eigenstandige spreekuurrechter per kanton vergelijk­baar met de Belgische vrederechter biedt volgens Lennaerts uitkomst. 

Breed kijken
Van Nispen en Ruers brachten deze maand een bezoek aan het vrede­gerecht in Genk. Het viel Van Nispen op dat de vrederechter heel breed kijkt. ‘De vrederechter had iemand al vaker langs zien komen en dacht dat er meer aan de hand was. Ze kijken naar sociale problematiek in de breedte en verwijzen bijvoorbeeld door naar schuldhulpverlening. Dat is mooi om te zien.’ 

Volgens Van Nispen moet er wat invoering in Nederland betreft, gekeken worden naar de samen­werking met andere partijen, zoals schuld­hulpverlening. Ook is er volgens hem onderzoek nodig naar de mate van vrijwilligheid. ‘Nu moeten de partijen die bij de spreekuurrechter komen dat allebei willen. Daardoor bestaat de indruk dat de spreekuurrechter er alleen voor heel eenvoudige zaken is. Dat is zonde. De spreekuurrechter zou bijvoorbeeld ook nuttig kunnen zijn om uitspraken te doen in zaken tussen gedupeerden van de aardbevingen in het noorden en de NAM. De NAM wil hier niet aan mee doen en dat is jammer. We moeten er voor de toekomst over nadenken of we deze vrijwilligheid ­moeten ­handhaven.’ 

Wat kosten betreft stelt Van Nispen voor de rijksoverheid te laten financieren. ‘De gemeenten vragen we dan bestaande gebouwen, zoals buurthuizen, beschikbaar te stellen en de inzet van de gemeentelijke diensten die aangesloten zijn, zoals schuldhulp en de wijkteams, te betalen.’ 

Van Nispen vraagt zich wel af of het veel geld gaat kosten. ‘Wat kost het ons nu we dit niet doen? Allerlei conflicten sluimeren door en schulden lopen op. Het vroegtijdig beslechten van geschillen kan ook veel opleveren, zowel financieel als maatschappelijk.’ 


Dit artikel is verschenen in Advocatenblad 2018-03.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!