Artikelen

procederen

Procederen met een politiek doel 

Met uitgekiende procedures – strategic human rights litigation – proberen politieke advocaten maatschappelijk onrecht te repareren. ‘Door strategisch te procederen kom je sneller tot de kern van het probleem.’ 

Door / Tatiana Scheltema 

Berlijn, een koude zaterdag eerder dit jaar. In een café naast de Brandenburger Tor bestellen verkleumde toeristen Lumumba (‘Heiße Schokolade mit Rum’). Even verderop, in de Deutsche Akademie der Künste valt die naam bijna even vaak. Al gaat het daar over de man naar wie het drankje is vernoemd: Patrice Lumumba, de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo, die op 17 januari 1961 werd vermoord. 

De Brusselse advocaat Christophe Marchand deed in 2010 namens Lumumba’s zonen aangifte tegen twaalf functionarissen van de Belgische Staat, de voormalige kolonisator van de Congo, voor hun betrokkenheid bij de moord op Lumumba. Toen was het misdrijf allang verjaard. ‘Verjaring speelt bij koloniale misdaden altijd een rol,’ zegt Marchand. ‘Dus vroegen we de rechter om deze moord niet als een gewoon misdrijf, maar als een oorlogsmisdaad te beschouwen, want die verjaart niet.’ De openbaar aanklager en de rechter gingen daarin mee waardoor de weg vrijkwam voor een gerechtelijk onderzoek, dat nog loopt. 

Marchand vertelt over de zaak voor een zaal bomvol kunstenaars, mensenrechtenactivisten en advocaten tijdens het symposium Koloniales Erbe (‘koloniale erfenis’), over de moeizame omgang van Europeanen met hun koloniale verleden, dat de Akademie en het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR) samen hebben georganiseerd. 

De Belgische advocaat is niet de enige die dit soort zaken doet. Ook in Duitsland (over de genocide op de Namibiaanse Herero’s) het Verenigd Koninkrijk (de internering en foltering van de Keniaanse MauMau) en Nederland (het bloedbad, in 1947 aangericht door het Nederlandse leger in het Indonesische dorpje Rawagede) worden (of werden) soortgelijke procedures gevoerd. 

De advocaten die deze procedures voeren, wijken af van de gebaande paden. Ze dwingen rechters om met een andere bril naar het recht te kijken, bijvoorbeeld door het internationale recht (oorlogsrecht) te gebruiken in een nationale procedure, waardoor een zaak niet verjaart. Via die route werd de Nederlandse staat in 2011 gedwongen verantwoordelijkheid nemen voor het bloedbad in Rawagede, en excuses aan te bieden. 

‘Het oorlogsrecht mag dan zijn geschreven voor staten, er zitten wel degelijk belangen van mensen in,’ zegt Liesbeth Zegveld, hoogleraar War Reparations aan de UvA en advocaat van de weduwen van Rawagede. En dus is het bruikbaar voor procedures bij gewone, nationale rechtbanken voor mensen die anders tussen wal en schip zouden vallen. ‘De mensen die bij ons komen zeggen: mijn leven is niet meer zoals het was. Hoe kan het dat mijn familieleden zijn omgebracht? Die rechtsstaat is er toch ook voor ons?’ 

Political lawyering 

Procedures over mensenrechtenschendingen door koloniale mogendheden vormen de jongste loot aan de tak van het recht die inmiddels strategic human rights litigation (SHRL) is gaan heten. ‘Impact litigation of political lawyering wordt het ook wel genoemd,’ zegt Jelle Klaas, advocaat bij de Haarlemse Fischergroep en litigation director bij het Public Interest Litigation Project (PILP) van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). 

De basis voor deze manier van procederen, werd in de jaren vijftig en zestig in de Verenigde Staten gelegd, toen advocaten van het New Yorkse Center for Constitutional Rights (CCR) naar het gesegregeerde Zuiden trokken om de burgerrechtenbeweging te helpen. Het idee dat sociale misstanden via het recht konden worden aangepakt, inspireerde in de jaren zeventig ook de eerste generatie sociale advocaten in Nederland. Maar een organisatie voor ‘strukturele rechtshulp’ kwam destijds niet van de grond. Door tijdgebrek, en door de manier waarop het stelsel van rechtshulp wordt gefinancierd, ging de aandacht vooral naar individuele zaken. 

Wel gebeurde het op kleine schaal, zoals de zaak die de Amsterdamse advocaat Phon van den Biesen in 1987 voor Milieudefensie voerde tegen de gemeente Amsterdam over onwenselijke baggerstort in de Nieuwe Meer. In een baanbrekend arrest zei de Hoge Raad dat maatschappelijke organisaties naar de civiele rechter kunnen stappen als de belangen waarvoor ze opkomen, worden geschaad. Op dit arrest steunt de procedure die Milieudefensie onlangs begon tegen Shell omdat het bedrijf onvoldoende zou doen om het klimaatakkoord van Parijs na te leven. Ook het idee om zo veel mogelijk mensen als eisers te laten optreden werd al eerder beproefd, bijvoorbeeld in de zaak die – alweer Van den Biesen – in 1983 aanspande tegen de staat om de plaatsing van kruisraketten in Nederland tegen te houden. 

Oorlogsmisdrijven 

‘Een club als het CCR of het ECCHR, die strategisch procederen zélf als doelstelling heeft was er nog niet,’ vertelt Klaas. ‘Advocaten kijken over het algemeen naar de zaak van de cliënt die aan de deur klopt, terwijl wij al een paar stappen eerder kijken naar de cause. En als we denken dat we kunnen helpen zoeken we een cliënt erbij en denken we na over het beste moment en het beste forum.’ 

Die aanpak resulteerde de afgelopen drie jaar in procedures over uiteenlopende zaken als het asielbeleid voor mensen die van oorlogsmis­drijven in het land van herkomst worden verdacht (1F’ers), zwangerschapsverlof voor studentes of het recht op water van kinderen wier ouders de rekening niet hadden betaald. Eén van de mooiste PILP-zaken tot nu toe vindt Klaas de SyRi-zaak, over het systeem waarmee de overheid gegevens van onverdachte burgers uit allerlei databanken aan elkaar koppelt om zo risicoprofielen op te stellen. Daarmee wordt het recht op privacy van alle Nederlanders geschonden, vindt het PILP. Op 27 maart ging de dagvaarding uit, begeleid door de campagne Bij Voorbaat Verdacht en een website. 

Strategisch procederen is in ieders belang, vindt Klaas, omdat je sneller tot de kern van het probleem (de mensenrechtenschending) komt. ‘Neem de woonwagenbewoners (Roma, Sinti en Reizigers), voor wie de overheid een uitsterfbeleid voerde. Er liepen allerlei proce­dures: over vergunningen, bestemmingsplannen, huurrecht, omdat veel mensen tegen die pijn opliepen. Maar de vraag is natuurlijk of de overheid rekening moet houden met hun recht op familie- en privéleven, artikel 8 EVRM. Met een heldere uitspraak, die we nu ook hebben, waarin de rechter zegt: overheid, je moet rekening houden met die rechten, zo voorkom je al die andere procedures eromheen.’ 

Toch is procederen niet altijd de manier om je doel te bereiken, zegt Klaas. ‘Heel vaak zeggen we: nu juist niet, want je kunt nog lobbyen of anderszins actievoeren. Ook kan procederen juridisch onhaalbaar zijn of zelfs meer schade doen dan het oplevert. Neem het vaderschapsverlof, dat vorig jaar speelde. Daarover zou je de overheid kunnen aanklagen, maar als je nog kunt lobbyen omdat je weet dat de meeste partijen het er eigenlijk wel mee eens zijn, is dat niet handig. En als je zo’n zaak zou verliezen, hebben tegenstanders ineens wel een heel sterk argument in handen.’ 

Samenwerking 

Typisch voor strategic human rights litigation is de intensieve samenwerking met andere disciplines: ngo’s, academici en journalisten. ‘Al kan het altijd beter,’ zegt Nani Jansen Reventlow, advocaat-associate bij het Londense Doughty Street Chambers en directeur van het Digital Freedom Fund, een in Berlijn gevestigde ngo die partijen die strategisch willen procederen over digitale burgerrechten bij elkaar brengt en sinds kort deze zaken ook financiert. 

Tijdens een verblijf aan Harvard University bracht ze best practices voor samenwerking in kaart op de site Catalysts for Collaboration. Zoals: formuleer een helder doel, denk na over mediastrategieën en wees geduldig – strategisch procederen vergt een lange adem. Onherroepelijk komt ook de vraag: hoe ga je om met het belang van de cliënt? ‘Want het kan best zijn dat het grotere doel dat je nastreeft, niet meer correspondeert met zijn belang, bijvoorbeeld als iemand een heel goed schikkingsvoorstel krijgt, terwijl jij liefst een eindvonnis wil hebben voor de zaak. En dan heb je wel een probleem.’ 

Verwant daaraan is de vraag of je ook cliënten verdedigt waar je weinig mee hebt (een neonazi bijvoorbeeld.) De American Civil Liberties Union (ACLU) kwam vorige zomer voor die vraag te staan, toen een demonstratie van witte nationalisten en neonazi’s in het Amerikaanse stadje Charlottesville werd verboden. De ACLU besloot het recht van de kaalkoppen op vrije meningsuiting wél te verdedigen, maar was bijna meer tijd kwijt aan het uitleggen waarom, dan aan de zaak zelf. 

SHRL-zaken duren lang en leveren financieel niks op. En dus zijn er maar een handvol advocaten in Nederland die ze doen. ‘Als wij onder de tram komen, ligt het stil,’ zegt Zegveld. In 2011 richtte ze daarom de Nuhanovic Foundation op, een stichting waar advocaten die dergelijke zaken willen doen, kunnen aankloppen voor financiering, en die daarnaast het belang van herstelrecht onder de aandacht wil brengen middels een databank met relevante zaken en procedures. De stichting wordt, net als het PILP en het Digital Freedom Fund gesubsidieerd door private fondsen als de Stichting voor Democratie en Media, de Open Society Foundation, Adessium en giften van donateurs. 

Dichttimmeren 

Die onafhankelijkheid van de overheid is belangrijk, want SHRL-zaken zijn per definitie politiek van aard – iets waar commerciële kantoren op de Zuidas zich liever verre van houden. Des te opmerkelijker is de vruchtbare samenwerking tussen PILP en commerciële kantoren via Pro Bono Connect, een soort bemiddelingsbureau dat ngo’s en hun zaken koppelt aan topadvocaten op de Zuidas. Bijna alle grote kantoren, en een aantal kleinere (niche)‌kantoren doen mee. Het leidt tot markante combinaties: zo trekken Martijn Snoep en Laura Di Bella van De Brauw Blackstone Westbroek samen op met Marieke van Eik van Prakken d’Oliveira in de zaak tegen de staat in de 1F-zaak. ‘Daar zijn we heel blij mee,’ zegt Klaas. ‘Natuurlijk zijn onze zaken politiek. Maar we vinden het belangrijk dat die strijd ook juridisch goed gevoerd wordt. Je moet de rechter niet lastigvallen met zwakke procedures. Dus we willen er een goede advocaat bij, die de zaak goed dichttimmert.’ 

De samenwerking met topadvocaten is geen overbodige luxe. Want de belangen waartegen je vecht, zijn doorgaans goed beschermd, zegt de Indiase advocaat Kranti L.C., die op uitnodiging van het ECCHR ook naar Berlijn is gekomen. Waar het recht als ‘instrument van onderdrukking’ voorheen werd ingezet door de koloniale overheersers, wordt het nu vooral gebruikt door multinationale bedrijven. In de Berlijnse supermarkten keek hij zijn ogen uit: thee en fruit zijn er goedkoper dan in zijn eigen land, waar ze worden geproduceerd. ‘Het is een vorm van economische genocide,’ zegt hij. ‘Kijk naar de positie van kapitaal in het recht. Dat kent geen grenzen, het is vrijwel onschendbaar. Maar de wetten die Indiase boeren tegen concurrentie beschermen, zijn door lobby’s van multinationals steeds verder uitgekleed.’ 

Toch is ook daar een strategie op te vinden. ‘Als je tegen een transnationaal bedrijf procedeert, moet je zelf ook transnationaal worden,’ zegt de Nigeriaanse advocaat Prince Chima Williams, die al jaren vecht tegen de milieuvervuiling van de Niger Delta door multinational Shell. Met het Nigeriaanse recht is niks mis, alleen wordt het door Nigeriaanse rechters nauwelijks toegepast. ‘Wij willen dat bij ons dezelfde standaarden gelden als bij jullie,’ zegt Williams. Dus verdiepte hij zich in de Nederlandse maatschappij en zocht samenwerking met Milieudefensie en kantoor Prakken d’Oliveira. Samen brachten ze de zaak van vier boeren wier grond door olielekkages ernstig was vervuild naar Den Haag, waar hij door de Nederlandse rechter volgens Nigeriaans recht wordt berecht. ‘Via een omweg krijgen wij zo bij ons de standaarden die ook bij jullie gelden.’ 

Moeilijke tijden 

‘Strategisch procederen werkt alleen als je wat in de rechtszaal gebeurt, verbindt met maatschappelijke gebeurtenissen buiten de rechtszaal,’ zegt de Schotse Helen Duffy, hoogleraar International Humanitarian Law and Human Rights aan de Universiteit Leiden en advocaat van gedetineerden in Guantanamo Bay. Duffy schreef het lijvige overzichtswerk Strate­gic Human Rights Litigation: Understanding and Maximising Impact, dat in mei verschijnt. ‘Het zijn moeilijke tijden voor mensenrechten,’ verzucht Duffy. ‘Politici zijn er minder gevoelig voor dan ooit. Natuurlijk is het altijd beter om politieke oplossingen te vinden voor maatschappelijk onrecht. Maar als dat niet lukt, moeten we overheden via de rechter bij de les houden, om de balans te bewaren. En om te zorgen dat de mensenrechtenverdragen die zijn gesloten, worden nageleefd.’ 

In de koloniale zaken draait het om bewustwording van, en verzoening met de donkere bladzijden uit het verleden. De tijd lijkt er rijp voor. Een paar weken voor de conferentie in Berlijn werd in Brussel de koperen buste van koning Leopold II, die het koloniale Congo exploiteerde als zijn persoonlijke bezit, van zijn sokkel getrokken. De boodschap: dit kan echt niet meer. Ook in Nederland woedt een discussie over of je straatnamen naar mensen als Van Heutsz en Spoor moet vernoemen. 

Zegveld: ‘De vraag is: kan het recht daar een rol in spelen? Ik denk het wel. In de Indonesië-zaken werd de term ‘Excessennota’ aanvankelijk gebruikt (de naam van het officiële onderzoek naar oorlogsmisdaden door Nederlandse militairen in Indonesië, red.). Daarvan zei de rechter op een gegeven moment: die term “excessen” is ongepast, we moeten spreken van “misdragingen”. Dus dan zie je dat de rechter de geschiedenis herschrijft.’ 


Welke organisaties doen dit? 

De Nuhanovic Foundation werd in 2011 door Liesbeth Zegveld en andere juristen opgericht om een bijdrage te leveren aan de kosten van het procederen voor rechtsherstel van oorlogsslachtoffers. De Stichting doet samen met de UvA onderzoek naar het effect van procederen en werkt momenteel nauw samen met gevluchte advocaten uit Syrië en Turkije. 

Het PILP is een vijfjarig project van het NJCM dat in 2014 van start ging. Het PILP richt zich op Nederlandse zaken, wordt gesteund door Adessium en SDM en werkt via Pro Bono Connect samen met grote kantoren. 

Het Digital Freedom Fund ondersteunt zaken over digitale burgerrechten en faciliteert samenwerking tussen partijen. 

Databases en tips voor strategisch procederen: 


Dit artikel is ook verschenen in Advocatenblad 2018-04. De hele editie is hier te bekijken. 

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!