Artikelen

algemene praktijk

Einde lijkt in zicht voor algemene praktijk 

Als het aan de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) ligt, komt er een einde aan de algemene praktijk. Het voornemen leidt tot discussie. ‘Het is de eigen verant­woordelijkheid van de advocaat.’ 

Door / Francisca Mebius

De NOvA werkt aan een rechtsgebiedenregister, waarbij advocaten zich verplicht moeten registreren op minimaal één rechtsgebied en maximaal vier disciplines. Per geregistreerd rechtsgebied geldt de bijbehorende plicht jaarlijks tien opleidingspunten te behalen. 

Het rechtsgebiedenregister komt er volgens plan op 1 januari 2019 en moet een zoekmachine gaan vormen voor de rechtzoekende consument. Advocaten kunnen bij het registreren van hun specialisme kiezen uit 35 rechtsgebieden. In de eerste twee jaar zit daar ook nog het rechtsgebied ‘algemene praktijk’ bij. Daarmee wil de NOvA tegemoetkomen aan advocaten die werkzaam zijn op een veelheid aan rechtsgebieden en nog geen keuze hebben gemaakt. Deze tijdelijke mogelijkheid loopt eind 2020 af. Vanaf 1 januari 2021 zou het voor advocaten dan niet langer mogelijk zijn zich te laten registreren onder de noemer ‘algemene praktijk’. 

Het is denkbaar dat het plan wordt aangepast. De NOvA overlegt nog met het college van afgevaardigden over het rechtsgebiedenregister. Met name over de algemene praktijk bestaat de nodige discussie. 

Algemeen deken Bart van Tongeren vindt de maatregel nodig om tegemoet te komen aan ‘de toenemende maatschappelijke druk’, zo stelde hij eerder deze maand tijdens de vergadering van het college van afgevaardigden. ‘Een rechtzoekende moet erop kunnen vertrouwen dat een advocaat de zaak aankan en er geen zootje van maakt.’ 

Bernard de Leest, lid van de algemene raad, noemt het ‘onafwendbaar’ dat de algemene praktijk verdwijnt en dat advocaten een keuze maken voor een aantal gespecialiseerde rechtsgebieden. ‘We realiseren ons dat dit een forse impact kan hebben. Vandaar dat we voor een overgangstermijn van tweeënhalf jaar hebben gekozen. Dat lijkt ons ­redelijk’. 

De keuze voor een bepaald rechts­gebied betekent niet dat advocaten niet actief mogen zijn op andere terreinen. Het wordt advocaten echter niet toegestaan zich, bij voorbeeld op de eigen website, te profileren als deskundige op andere rechts­gebieden. De Leest: ‘Het is geen beroepsverbod. Het gaat erom hoe je je naar buiten presenteert.’ 

‘Rechtzoekende is gebaat bij nabijheid’

De NOvA is bezig met het verder uitroken van de sociale advocatuur,’ stelt Michael Yap (34), ruim tien jaar advocaat bij Ravelijn Advocaten in Bergen op Zoom. Het beleid is er volgens hem op gericht om zaken te ontmoedigen. ‘De maatregelen rondom de gefinancierde rechtsbijstand helpen niet mee en ook dit werkt weer ontmoedigend. De algemene praktijk binnen de sociale advocatuur is gewenst, juist met het oog op de rechtzoekende. 

De rechtzoekende is gebaat bij een stuk vertrouwen en nabijheid. Als je een goede band hebt met je advocaat wil je daar altijd terechtkunnen. Het wil niet zeggen dat je als advocaat ook echt iedere zaak doet, maar laat een advocaat dat zelf bepalen. Wij verwijzen natuurlijk door als het te specialistisch wordt. Daar moet de NOvA op vertrouwen.’ 

Yap heeft zich bij Ravelijn gespecialiseerd in het vreemdelingenrecht en het strafrecht. Daarnaast doet hij ook zaken op andere rechtsgebieden, zoals personen- en familierecht en jeugdrecht. ‘Vanuit het vreemdelingenrecht heb je te maken met veel meer rechtsgebieden, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningen, huurgeschillen, echtscheidingen en kinderen. Wanneer ik iemand heb geholpen met een asielaanvraag, komt hij of zij bij mij terug als er een ander probleem is.’ 

Als de plannen doorgaan, zou Yap naast de vier rechtsgebieden waarop hij voornamelijk werkzaam is, de algemene praktijk willen aanvinken. ‘Ik begrijp de wens van specialisatie en kundige en bekwame advocaten, maar de Raad voor Rechtsbijstand stelt al deskundigheidseisen. Waarom nu ook vanuit de orde? Ik denk dat iedere advocaat wel aanvoelt wat hij of zij kan. Dat is een stukje eigen verantwoordelijkheid. Bij het halen van meer opleidingspunten per jaar zit niet de grootste pijn. Daar komen wij makkelijk aan. Het gaat om het principe.’ 

Yap denkt niet dat het voor de rechtzoekende duidelijker wordt als Ravelijn zich op de kantoorwebsite niet meer profileert als algemeen kantoor. Of het kantoor minder cliënten binnenhaalt, is volgens hem moeilijk in te schatten. ‘Ik heb wel het idee dat met de maatregelen zaken worden ontmoedigd en dat is al gaande. Wij zijn de vraagbaak voor alles, laagdrempelig en makkelijk benaderbaar. Dat is belangrijk voor de consument, zeker met de voortgaande juridisering van de overheid.’ 

‘Schrijnend voor de sociale advocaat’

Een enorme beperking, noemt advocaat Dirk Giltay Veth (52), die met Giltay Veth advocatenkantoor in Nieuw-Vennep een eigen procespraktijk heeft, de plannen van de NOvA. ‘Ik houd me bezig met geschillen en beweeg me hierbij op veel rechtsgebieden. Procesrecht is niet erkend als aparte specialisatie. Wat het rechtsgebiedenregister betreft, zou ik puur praktisch dan maar gaan voor het aanvinken van de algemene praktijk, maar dat mag op den duur dus niet meer.’ 

Giltay Veth, die lid is van het college van afgevaardigden, denkt dat je op deze manier gedwongen specialisaties krijgt. ‘Mensen gaan dan maar wat cursussen volgen op een bepaald gebied. Zo werkt het niet. Je bent dan niet gelijk specialist. Het kan toch niet zo zijn dat de advocaat die met plezier de huisartsfunctie bekleedt, hierdoor gaat verdwijnen?’ 

Volgens de advocaat, die nu ruim twintig jaar zijn eigen commerciële praktijk heeft, komen de plannen van de NOvA mede voort vanuit de steeds strengere richtlijnen van de Raad voor Rechtsbijstand. ‘Het slaat door als deze eisen van specialisme voor alle advocaten gaan gelden en daarnaast vind ik het voor de sociale advocaat schrijnend. Er gebeurt daar al zoveel. Moet daar nu ook weer een specialisatieregister bijkomen? Hoe moeten ze dat nog doen? Je moet meer geld aan cursussen besteden, maar deze advocaten krijgen steeds minder geld vanuit de Raad voor Rechtsbijstand.’ 

De eigen verantwoordelijkheid moet de doorslag geven, aldus Giltay Veth. ‘Als je te weinig kennis hebt om een zaak te doen, moet je het niet doen. En als je het wel doet, moet je je goed laten voorlichten of hulp inschakelen. Men moet het meer zoeken in samenwerking. Erfrechtzaken bijvoorbeeld doe ik samen met iemand anders, omdat het zo specialistisch is. Dat gaat heel transparant naar de cliënt toe en is nooit een probleem.’ 

Giltay Veth denkt daarnaast dat consumenten via Google naar een advocaat zoeken en niet via een rechtsgebiedenregister bij de orde. ‘Mensen zijn niet dom en de markt vindt een advocaat wel, ook zonder een register. Wat is dan het nut?’ Hij vraagt zich ook af hoe alles gecontroleerd gaat worden. ‘Dat komt natuurlijk bij de lokale orden te liggen, maar die hebben het al zo druk.’ 

Als het om opleidingspunten gaat, vindt de advocaat dat twintig per jaar voldoende is. ‘Veertig punten is te veel. Ik reken ruwweg 100 euro per punt. Het kost veel geld en tijd voor de kleine ondernemer. En als ik een dag niet op kantoor ben vanwege een cursus draai ik ook een dag geen ­omzet. 

‘Stel specialiseren niet verplicht’

Het is op zichzelf een goed idee dat advocaten zich inschrijven voor maximaal vier rechtsgebieden en zich daarmee profileren naar de rechtzoekende, maar stel het niet verplicht. Laat een advocaat een algemene praktijk voeren als hij of zij dat wil.’ Dat zegt advocaat Ingrid van den Heuvel-Beerens (32) van advocatenkantoor De Zaak in Recht in Vleuten. ‘Ook al ben ik persoonlijk voor specialisatie, je knoopt mensen op wanneer ze niet meer mogen zeggen dat ze een algemene praktijk voeren.’ 

Van den Heuvel-Beerens is sinds de start van haar kantoor ruim twee jaar geleden gespecialiseerd in het strafrecht, civiel recht en jeugdrecht. Daarvoor werkte ze op meerdere rechtsgebieden. ‘Een algemene praktijk betekent dat je je elke keer weer moet inlezen. Ik wil zorgen dat ik binnen de rechtsgebieden die ik doe goede kwaliteit kan leveren. De samenleving is nu zo dat mensen waar willen voor hun geld. Dat recht hebben ze ook. Als ik nog meer rechtsgebieden zou doen, zou ik een 7 kunnen leveren in plaats van een 9.’ 

Ondanks het feit dat Van den Heuvel-­Beerens een gespecialiseerd kantoor runt, begrijpt ze de zorgen. ‘Met name de kleinere kantoren buiten de randstad kunnen zo in de problemen komen.’ Ze is daarom van mening dat je mensen de keuze moet laten. 

Mochten de plannen doorgang vinden dan moet er volgens haar serieus worden gekeken naar de normen voor specialisatie. ‘Ik doe grote rechtsgebieden en ik heb inmiddels verschillende specialisatieopleidingen en profilerings­cursussen gedaan. Het kost zoveel tijd, inzet en geld om aan alle criteria van de NOvA, de verschillende specialisatieverenigingen en de Raad voor Rechtsbijstand te voldoen. Dat ervaar ik nu al en dat wordt alleen maar meer als de norm straks tien punten per rechtsgebied wordt. Ik zie de opleidingen als belangrijk en het is leuk om te doen, maar voor een klein kantoor zoals wij zijn, is het ­aanzienlijk.’ 

Het is volgens de advocaat daarom verstandig dat de NOvA aansluit bij de eisen die worden gesteld door de specialisatieverenigingen en de Raad voor Rechtsbijstand. ‘Specialisatie is duidelijk de toekomst, ga dan ook met alle partijen die daar een aandeel in hebben in overleg en trek één lijn.’ 


Dit artikel is ook verschenen in Advocatenblad 2018-04. De hele editie is hier te bekijken.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!