Artikelen

erfrecht

Erfrecht is booming business 

Het erfrecht zit in de lift. De vermogende babyboomers komen stilaan op leeftijd. Deze generatie was de eerste die gemakkelijker kon scheiden. Dat maakt de verdeling van de erfenis juist moeilijker. Voer voor advocaten. 

Door / Daphne van Dijk 

Echtscheidingen kwamen in de eerste helft van de twintigste eeuw zelden voor,’ vertelt Jan Latten, hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). ‘Maar dat veranderde onder degenen die na de Tweede Wereldoorlog werden geboren. Nu deze groep van de babyboomers een hogere leeftijd bereikt, maken personen met een leeftijd tussen de vijftig jaar en tachtig jaar oud een groter deel uit van de mensen die gescheiden zijn.’ 

Een van de belangrijkste oorzaken van de toename van rechtszaken over de erfenis is de nieuwe scheidingswet uit 1971. Tot die tijd was scheiden niet eenvoudig. De kerk speelde een grote rol en voor het instituut huwelijk gold: tot de dood ons scheidt. Om überhaupt in aanmerking te komen voor een echtscheiding, moest er minstens aantoonbaar sprake zijn van mishandeling, overspel, verkwisting of veroordeling tot een gevangenisstraf wegens een misdrijf of mishandeling. De komst van de nieuwe scheidingswet veranderde het huwelijkse leven radicaal en zorgde voor lossere familiebanden. 

Erfrechtadvocaat Saskia van Os (52), tevens secretaris van de VEAN, ziet de gevolgen dagelijks in haar praktijk. ‘De generatie die vanaf de jaren zeventig makkelijker kon scheiden, kon ook weer hertrouwen. Koos de man voor een jongere vrouw, dan volgden ook vaak kinderen: de tweede leg. Als de vader dan overlijdt, blijven er in feite twee gezinnen achter en dat geeft gedoe over de erfenis. Tussen aan de ene kant stiefmoeders, halfbroers en zussen en aan de andere kant de kinderen uit vaders eerste huwelijk is de gunfactor vele malen kleiner. De kinderen uit het eerste huwelijk voelen zich al snel benadeeld. Het leidt soms tot bijna kinderachtige taferelen over wie een bepaald schilderij mag hebben.’ 

André Hazes

‘Het wordt vaak nog gecompliceerder als de tweede, vaak jongere vrouw van vader nog leeft en als er is afgesproken dat zij recht heeft op vruchtgebruik van de nalatenschap. Kinderen hebben veelal recht op hun kindsdeel, maar moeten daarop wachten totdat de langstlevende is overleden. Zeker als de stiefmoeder dezelfde leeftijd als de stiefkinderen heeft, grijpen zij vaak naast de erfenis. Stiefmoeder soupeert het vermogen van vader dan op’, aldus Van Os, in het dagelijks leven werkzaam bij Rietmeesters Advocaten in Utrecht. 

Het meest bekende voorbeeld is wellicht dat van de in 2004 overleden André Hazes. Naast Dre en Roxeanne, de kinderen die hij met zijn laatste vrouw Rachel had, had hij nog twee kinderen uit twee eerdere huwelijken: Nathalie en Melvin. Over de afhandeling van de erfenis van de volkszanger stonden de bladen destijds vol. ‘De kinderen uit zijn eerdere huwelijk bleken onterfd en deden een beroep op hun legitieme portie. Volgens de berichten was dat maar een “fooitje” terwijl Rachel Hazes er met de rechten op de liedjes vandoor ging,’ aldus Van Os. 

De babyboomers hebben het bovendien financieel goed voor elkaar. Het is volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de rijkste generatie, die naar verwachting bij overlijden een groot vermogen zal nalaten. Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lieten in 2014 ruim 138.000 overledenen bijna 13,6 miljard euro aan vermogen na. Sociaal demograaf Jan Latten: ‘Het nagelaten vermogen is groter naarmate erflaters ouder zijn. Ouderen hebben namelijk langer de tijd gehad om vermogen op te bouwen dan jongeren. Erflaters van 70 tot 75 jaar lieten het meeste vermogen na, in doorsnee 24.000 euro.’ 

Cijfers

‘De afgelopen decennia is onze welvaart alleen maar toegenomen’, concludeert familie- en erfrechtadvocaat Fridjof van Dalen (55), bestuurslid bij de vFAS. Hij werkt als erfrecht- en familierechtadvocaat bij TRIP Advocaten & Notarissen in Leeuwarden. ‘Er valt simpelweg meer geld te erven. En met lossere familiebanden is de kans op problemen met de verdeling van de erfenis alleen maar toegenomen. Tel daarbij de ontwikkeling op dat mensen sowieso sneller naar een rechter stappen, en je hebt inderdaad een paar belangrijke oorzaken van de stijging van erfrechtzaken.’ 

De cijfers liegen er niet om. In 2016 onderzocht Wilbert Kolkman, hoogleraar Rechtswetenschap en Familievermogensrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, in opdracht van de vFAS erfrechtzaken. Gedurende de periode 2003-2015 analyseerde hij op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken van rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. Kantonzaken waren, wegens het ontbreken van verplichte procesvertegenwoordiging, niet meegenomen in dit onderzoek. De conclusie: het aantal erfrechtzaken steeg verhoudingsgewijs sterk ten opzichte van andere rechts­gebieden. 

Kolkman en zijn team doorzochten rechtspraak.nl op de volgende termen: nalatenschap, testament, erfrecht, wettelijke verdeling, erfgenaam of erfgenamen. Het leverde 3324 resultaten op waarbij ongeveer de helft ook daadwerkelijk op het erfrecht betrekking had. Dat waren de zaken die konden worden gerelateerd aan bepalingen uit Boek 3 en Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek. Vooral op het gebied van de vereffening (afwikkelen van de nalatenschap in het belang van schuldeisers) en bewindvoering (beheer over het vermogen) bleek een forse stijging zichtbaar. 

Signalering trend

In absolute aantallen verachtvoudigde het aantal erfrechtzaken ten opzichte van 2003. In relatief opzicht was de groei geringer omdat de afgelopen jaren sowieso een toename te zien is van het aantal gepubliceerde rechtszaken. Toch is ook de relatieve stijging in erfrechtkwestie volgens het onderzoek nog aanzienlijk en sterk gestegen ten opzichte van andere rechtsgebieden (zie grafiek). 

Gevolg van de toename van erfrechtzaken is ook de groei van het aantal advocaten dat zich met dit onderwerp bezighoudt. Die trend signaleert zowel de VEAN als de vFAS. De VEAN werd in 2013 opgericht met slechts enkele leden; echte specialisten waren er toen nog weinig. Om lid te kunnen worden van de VEAN, moet een advocaat het voorafgaande jaar minimaal vijfhonderd uur werkzaam zijn geweest op het gebied van erfrecht. In vijf jaar tijd groeide de vereniging van twintig naar meer dan honderdtwintig (aspirant-)leden en het einde is nog niet in zicht. 

Hetzelfde geldt voor de vFAS. In 2014 zette de vereniging, zoals de VEAN eerder had gedaan in samenwerking met een opleidingsinstituut, een specialisatieopleiding erfrecht op. Sindsdien hebben jaarlijks 25 mensen met succes een examen afgelegd. Inmiddels zijn er bij de vFAS al meer dan honderd erfrechtadvocaten opgeleid en dat aantal groeit elk jaar. Ook voor 2018 hebben zich weer 25 mensen voor de vakopleiding ingeschreven. 

Ouderenmisbruik

De vFAS heeft zelfs de naam aangepast. Tot vorig jaar heette de club de Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators. Inmiddels is dat de Vereniging van Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators. Hoeveel erfrechtspecialisten er landelijk exact werkzaam zijn, is niet duidelijk aangezien er overlappingen zijn tussen de lidmaatschappen van de vFAS en de VEAN. En er zijn ook erfrechtadvocaten die bij geen van beide verenigingen zijn aangesloten. 

Door de maatschappelijke ontwikkelingen scheiden we sneller – inmiddels loopt één op de drie huwelijken spaak. Maar we blijven ook vaker ongetrouwd, alleen en kinderloos. Van de vrouwen die na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren, ligt dat percentage op vijftien. Bij jongere generaties zal dat naar schatting al rond de twintig procent liggen. Ook dat is een groep die volgens Saskia van Os (VEAN) voor toename van het aantal erfrechtzaken zorgt: ‘Zonder kinderen ben je makkelijk doelwit voor ouderenmisbruik. Bovendien wil de overheid dat we allemaal langer thuis blijven wonen. De schijnbaar behulpzame buurvrouw die wekelijks de boodschappen doet, blijkt dan ineens ook voor haarzelf te pinnen. Daar komen de erfgenamen ná het overlijden van tante achter. Probeer dat verdwenen geld dan maar eens terug te krijgen.’ 

Maar er zijn nog andere oorzaken voor de stijging in het aantal erfrechtzaken. Het erfrecht zelf maakte de afgelopen jaren een ontwikkeling door. ‘Nalatenschappen vormden van oudsher het terrein van notarissen’, besluit Fridjof van Dalen. ‘Tot de komst van het Nieuw Burgerlijk Wetboek op 1 januari 1992 kwam de notaris in overleg met de erfgenamen tot een afwikkeling. In een akte van zwarigheden verdeelde hij de erfenis. Lukte dat niet omdat er te veel geschilpunten waren, dan werd een zaak aan de rechter voorgelegd. Maar je moest dus wel eerst een verplicht traject bij de notaris hebben doorlopen. En er rustte veel meer dan nu een taboe op procederen tegen je familie.’ 

Ingewikkeld

Volgens erfrechtadvocaat Saskia van Os heeft het bovendien lang geduurd voor Boek 4 in 2003 werd ingevoerd: ‘Het is een ingewikkelde exercitie geworden. Over een aantal onderwerpen is lang gediscussieerd met fervente voor- en tegenstanders. Bijvoorbeeld over het legitieme deel: de aanspraak op de nalatenschap die een kind ook in geval van onterving behoudt. Het was niet altijd duidelijk wat je precies kunt opeisen en hoe. Boek 4 biedt meer mogelijkheden om daadwerkelijk rechtsvragen aan de rechter voor te leggen. Vandaar dat ook steeds meer advocaten brood zien in dit rechtsgebied.’ 


Dit artikel is ook verschenen in Advocatenblad 2018-04. De hele editie is hier te bekijken.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!