Opinie

‘Nederlandse orde van advocaten gaat strijd tegen innovatie verliezen’

De regels van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) zijn niet meer van deze tijd. Dat vindt advocaat Erna Moerdijk van Bureau Moerdijk in Amsterdam.

‘Het broeit bij de Nederlandse orde van advocaten. De regels van de Orde die de advocatuur vele decennia hebben gevrijwaard van concurrentie beginnen nu te knellen. De regels vormen namelijk een belemmering voor innovatieve samenwerkingsvormen met andere beroepsgroepen. Dat is geen specifiek Nederlands probleem. Het speelt ook in andere landen. In het Verenigd Koninkrijk heeft de advocatuur de bakens dan ook al verzet. De Nederlandse Orde talmt nog. Recent zijn wel enquêtes verstuurd om te peilen hoe de achterban erover denkt, maar tot concrete veranderingen heeft het nog niet geleid. Daarmee neemt de Orde het risico dat steeds meer juridische dienstverleners ervoor kiezen om zonder de Orde verder te gaan.

Advocaten mogen alleen met andere advocaten, notarissen of belastingadviseurs op voet van gelijkwaardigheid samenwerken en ze kunnen (op bedrijfsjuristen die als advocaat alleen voor hun eigen werkgever optreden na) niet in loondienst werken bij niet-advocaten. Dat volgt uit de Verordening op de advocatuur. Advocaten die deze regels overtreden, kunnen door de Orde van het tableau worden geschrapt,. Ze mogen dan niet meer als advocaat optreden.

De regels van de Orde stammen uit de tijd dat de advocaat nog als éénpitter het halve dorp bediende en zich met huisarts en notaris tot het selecte gezelschap van notabelen mocht rekenen. De advocatuur was geen commercieel beroep, maar een zaak van eer en geweten. Daarvan getuigt ook de eed die advocaten moeten afleggen. Eer en geweten laten zich niet rijmen met het afstaan van zeggenschap over het eigen beroepsmatig functioneren aan mensen die de eed niet hebben afgelegd.

Inmiddels is de wereld veranderd. Wie de glimmende torens aan de Zuidas ziet, krijgt licht de indruk dat commerciële afwegingen in de rechtspraktijk niet meer taboe zijn. Er werken advocaten die na hun opleiding zelden of nooit een rechtbank van binnen hebben gezien. Deze juridische dienstverleners mogen zich nog advocaat noemen, maar inhoudelijk hebben ze daar vaak weinig reden meer voor. Het staat leuk op het visitekaartje en het stelt hen in staat partner te worden zonder dat de “echte” advocaten van het kantoor in aanvaring komen met de regels van de Orde.

 

In die veranderende wereld mist de advocaat nu toch de boot. Cliënten hebben namelijk niet alleen behoefte aan een advocaat. Ze hebben behoefte aan een breedspectrum van juridische en niet-juridische dienstverlening. De regels belemmeren advocaten in de concurrentiestrijd met niet-gereguleerde juridische dienstverleners. Die juridische dienstverleners mogen immers risicodragend kapitaal aantrekken en kunnen nieuwe combinaties van diensten ontwikkelen in samenwerking met bedrijfseconomen, financiële specialisten, ICT’ers en andere dienstverleners. Advocaten mogen dat niet.

In het Verenigd Koninkrijk heeft men al eerder ingezien dat het samenwerkingsverbod advocaten nodeloos in de weg zit. De Engelse toezichthouder heeft daarom een einde gemaakt aan het samenwerkingsverbod en een apart toezichtregime ingesteld voor kantoren waarin advocaten met branchevreemde adviseurs samenwerken. De uitgangspunten van het toezichtregime lijken op die van het gedragstoezicht in de financiële sector: professionaliteit en deskundigheid, onafhankelijkheid, integriteit en het belang van de cliënt.

Dit model is een succes. De Engelse toezichthouder wil namelijk nog een stap verder gaan om innovatie in de advocatuur te stimuleren. Het huidige toezicht op advocatenkantoren zal worden vervangen door een toezicht op individuele advocaten, ongeacht waar zij werkzaam zijn en op maat gesneden. Een advocaat die de belangen van een cliënt in een procedure behartigt moet voldoen aan strengere gedragsregels dan de advocaat die werkt in de advies- en transactiepraktijk. Dat schept duidelijkheid voor de advocaat en ook voor zijn cliënt.

In Nederland zal het ook die kant uitgaan. De advocaat met een advies- en transactiepraktijk heeft immers veel meer raakvlakken met andere dienstverleners dan met de meeste van zijn collega’s in de advocatuur. De Orde stuurt er nu op aan dat die advocaten moeten kiezen tussen het belang van hun cliënt bij een doelmatige dienstverlening en hun inschrijving op het tableau. Als de Orde haar positie wil behouden, moet ze snel in actie komen.’

Deze opinie is ook verschenen in het Financieele Dagblad.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!