Columns

Harry Veenendaal

Herstelrecht

De PvdA geeft in haar verkiezingsprogramma het herstelrecht een prominente plaats. Het doel is om veroorzaakt leed en aangerichte schade te herstellen, recidivekans te verminderen en ‘emotionele ballast’ te ontladen. De overige partijen willen zwaarder straffen. Beide uitersten zijn te verenigen via het verzelfstandigen van de uitvoering van straffen.

Door Harry Veenendaal

Sharon L. overvalt en mishandelt de 68-jarige Toos D. in haar seniorenwoning. Sharon L. wordt veroordeeld tot anderhalf jaar celstraf waarvan één jaar voorwaardelijk. Om haar schuld aan de maatschappij te voldoen, wordt zij gedetineerd. Onze rechtsorde is, zoals dat heet, ‘geschokt’. Maar haar persoonlijke schuld aan het Toos D. wordt nauwelijks ingelost. Slachtoffers hebben een lauw spreekrecht en kunnen privaatrechtelijk trachten een schadevergoeding te bemachtigen. Het blijft karig. Begrijpelijk dat een onbehaaglijk gevoel blijft van: ze komt er relatief makkelijk vanaf.

Ons individuele vergeldingsrecht is aan de overheid gedelegeerd om excessen van eigenrichting te voorkomen. De zaak-Toos D. laat ons ook zien dat als de overheid faalt om haar gedelegeerde vergeldingsplicht adequaat uit te voeren, of onvoldoende zorgt voor genoegdoening voor slachtoffers, burgers het recht weer in eigen hand willen nemen. Door de uitvoering van vonnissen te verzelfstandigen – in het civielrecht gebruikelijk – kan in de strafrechtspleging veel meer de nadruk komen te liggen op herstelrecht door bijvoorbeeld een financiële genoegdoening van het slachtoffer.

Criminaliteit van first offenders is nauwelijks te voorkomen. Het strafrecht is repressief en – hopelijk – ietwat preventief. De recidivekans biedt interessante handvatten; er zijn nu eenmaal meer recidivisten dan first offenders. Juist op dit punt falen reclassering en Bureau Halt. De recidivecijfers zijn al jaren bedroevend, daarom moeten detentie en re-integratie aan commerciële partijen worden overgelaten zoals verzekeraars. De financieel belanghebbende die investeert met eigen vermogen is doorgaans efficiënter dan een welwillende ambtenaar.

Aangenomen wordt dat iedere delinquent een pseudeo-recidivist is. De rechter legt de maximale gevangenisstraf op. Bij Sharon L. is dat drie jaar. Daarnaast kan een representatieve boete betaald worden ter compensatie van het slachtoffer. De boete, in casu 25.000 euro, wordt door de verzekeraar direct aan het slachtoffer uitgekeerd. Maar misschien wil het slachtoffer in het kader van herstelrecht een lager bedrag en een gesprek aangaan.

Na anderhalf jaar komt Sharon L. in aanmerking voor vervroegde vrijlating. Op dat moment worden verzachtende omstandigheid meegewogen en de recidivekans. Deze risicoanalyse wordt gemaakt door de verzekeraar, want die heeft een vordering. Zodra Sharon L. recidiveert, betaalt de verzekeringsmaatschappij nogmaals een boete. De verzekeraar heeft alle belang om de delinquent succesvol te re-integreren. Straf uitzitten kan, maar is duur gelet op de kostprijs per dag. De financiering is mogelijk door uitbreiding van de verplichte wettelijke aansprakelijkheidsverzekering, besparing op het privatiseren van gevangenissen en door daling van de criminaliteit. Delinquenten zullen actief moeten participeren in het arbeidsproces om de vordering van de verzekeraar te voldoen.

Op deze wijze worden slachtoffers financieel gecompenseerd, krijgt herstelrecht een kans, wordt de schuld aan de maatschappij voldaan, krijgen first and only offenders de kans om vervroegd vrij te komen, maar worden recidivisten hard aangepakt.

Deze column staat in het februarinummer van het Advocatenblad. De hele editie is hier te lezen.

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!